|
Het voorbeeld van de term "Globalisering", in de nieuwe terminologie, is als het voorbeeld van Jilbab (buitenkleed) in kledingstukken of het voorbeeld van het "Trojaanse Paard" in de militaire technologie. Het verbergt zijn inhoud om het van de mensen achter te houden. Zoals globalisering dat doet. Een overduidelijk voorbeeld ervan vond plaats in Beiroet eind '97 door het "Centrum voor de Studie van de Arabische Eenheid", toen één van de overgebleven Arabische nationalisten, een conferentie hield over de studie "globalisering" en welke houding ertegen aangenomen moest worden. Het schijnt dat zij in globalisering een tegenspraak en een bedreiging zagen voor het idee van nationalisme. Men vermeldde in de agenda van hun uitnodiging voor de conferentie dat de volgende onderwerpen behandeld zouden worden: Globalisering en de houding die de Arabieren voor dit begrip moeten aannemen, en de manifestatie ervan op het gebied van economie, cultuur en politiek. Zijn historische, huidige en een toekomstige rol. Hoe gaat de Verenigde Staten om met globalisering, vooral na de instorting van de voormalige Sovjetunie en het eind van de "Koude Oorlog". Het effect op de economie en investering in de Arabische landen m.b.t. hun cultureel leefmilieu en identiteit. Vele geleerden en professoren werden uitgenodigd op de Conferentie en droegen hun begrip over globalisering en de houding die ertegen moest worden aangenomen uit. De plaatselijke kranten publiceerden de memoranda over de stellingen die door de afgevaardigden in de conferentie naar voren werden gebracht, die drie dagen duurde. Door de grote meningsverschillen tijdens deze studies werd deze conferentie, een dialoog tussen koppige mensen i.p.v. een intellectuele conferentie. De organisatoren die de conferentie leidden, besloten het te beëindigen zonder enige resolutie of aanbevelingen uit te dragen. De globalisering, als term werd ongeveer tien jaar geleden gebruikt door de Engelse en de Franse. Het werd niet gehanteerd, om iets te beschrijven op zijn internationale aanwezigheid of manifestatie in de meeste delen van de wereld, maar om een ondernemer of een ondernemingsplan te specificeren die tracht zijn onderneming internationaal te maken. Bijvoorbeeld, een bedrijf neemt een productiebeleid aan die de gehele wereld beschouwt als een plaats om zijn goederen te produceren. Vervolgens zal hij de productie in een staat of in een aantal staten uitvoeren waar de productiekosten goedkoper zijn dan ergens anders. Hier is dan sprake van een bedrijf dat zijn productie "globaliseert". Gelijkaardige dingen kunnen worden gezegd over de andere activiteiten van dit bedrijf wanneer hij zijn beleid van "globalisering" richt tot marketing, reclame van zijn goederen, zoekt naar nieuwe goederen en hen ontwikkelt, arbeiders, beroeps of managers tewerkstelt, of investeerders aantrekt en financierders zoekt die leningen zouden kunnen verstrekken om de bedrijfsverrichtingen te financieren. De eerste keer dat het woord "globalisering" werd toegepast was om de activiteiten van grote Amerikaanse maatschappijen midden jaren 80 te beschrijven. Toen Ronald Reagan in 1981 de president van de Verenigde Staten werd, stelde hij een gewaagd beleid op met betrekking tot internationale relaties, zowel economisch als politiek. En won de grote steun van Amerikaanse financiële kringen. Een deel ervan maakte gebruik van de sterke dollar om financiers uit het buitenland aan te trekken en hun geld voor de schuldbanden van de Amerikaanse begroting te gebruiken. Dit geld werd geïnvesteerd in de geldmarkten die ermee de handel dreven. Op deze manier kon zijn programma gefinancierd worden om de Verenigde Staten te bewapenen en de Sovjetunie, uit te putten. Dit is wat tot de economische instorting van het Communisme in 1989 leidde. Dit beleid leidde tot opeenvolgende scherpe stijgingen van de waarde van de dollar tijdens het eerste mandaat van Reagan. Zodanig dat de teller van de wisselkoers, die door de valuta van andere landen wordt gemeten en door de economische uitwisseling (handel) van de Verenigde Staten met hen wordt gewogen, een totaal van 159 punten bereikte in februari 1985. De wisselkoers tijdens zijn eerste maand van dienst in januari 1981 lag op 91 punten, en werd verhoogd met 75%. Dit was één van de tekenen van de politieke gok die Reagan nam, waarbij hij de negatieve en marginale gevolgen van het sterke dollarbeleid negeerde. Dit, omdat hij gefocust was om het Kapitalisme te laten zegevieren over het Communisme. Één van de negatieve gevolgen was dat de sterke dollar de capaciteit van Amerikaanse goederen verzwakte om met buitenlandse goederen te concurreren die buiten de Verenigde Staten werden geproduceerd. Zo daalde het niveau van de Amerikaanse uitvoer terwijl zijn invoer steeg. Bijgevolg, nam het tekort in het saldo van de buitenlandse handel van de V.S. tijdens het presidentschap van Reagan scherp toe, tot het tegen het einde van zijn voorzitterschap de $723 miljard bereikte. Dit vergeleken bij het totaal van slechts $4 miljard tijdens de acht jaar die hem voorafgingen. Een andere bijwerking van de sterke dollar was dat de winsten van vele maatschappijen van de V.S. daalden wegens de woeste concurrentie tussen buitenlandse goederen en Amerikaanse goederen die op basis van de dollar werden geprijsd. Deze bedrijven werden gedwongen om de prijs van hun goederen te verminderen en serieus op zoek te gaan naar manieren om de kosten, vooral de kosten van Amerikaanse handarbeid te verminderen. Rond dezelfde tijd stelde een groep Amerikaanse professoren voor dat deze bedrijven een fundamentele herstructurering moesten ondergaan op al hun activiteiten zoals, productie, marketing enz... Dit idee werd wijdverspreid onder de Amerikaanse financierders en zakenlieden. Zijn tenuitvoerlegging leidde tot de sluiting van verscheidene fabrieken en takken van de maatschappijen van de V.S. Dit leidde ook tot massaontslagen van hun werknemers en arbeiders. Een voorbeeld van dit is het massaontslag van arbeidskrachten door General Motors, één van de grootste automaatschappijen in de Verenigde Staten, toen het 74.000 werknemers in één keer ontsloeg. IBM, één van de grootste computer bedrijven, ontsloeg 60.000 werknemers in drie cyclussen binnen een korte tijdsperiode. Na het herstructureren, slaagden deze bedrijven erin om de productie van de fabrieken terug te krijgen die ze hadden gesloten of verkocht. Dit werd gedaan door nieuwe kleine bedrijven op te zetten met lage arbeidslonen. Dit werd vooral gedaan door diegenen die geraakt waren door het verlies van arbeidskrachten door de invoering van de herstructurering, en door ondernemingen die buiten de Verenigde Staten fabrieken en branches hadden gevestigd. Dit kwam, omdat de sterke dollar de prijzen en de lonen naar beneden drukte in het buitenland. De Amerikaanse bedrijven concentreerden zich op arme en zwaar bevolkte landen zoals Pakistan, Indonesië, de Filippijnen, Thailand en India, waar het maandelijkse loon van een arbeider, gelijk was aan de verdienste van één Amerikaanse fabrieksarbeider in een paar uur. Dit werd niet alleen beperkt tot handarbeiders maar omvatte ook opgeleide en professionele arbeiders zoals ingenieurs en computer programmeurs. Het maakte niet uit waar zij zich bevonden zolang de lonen veel lager waren dan de Amerikaanse norm en zolang de wanhopigheid en behoefte voor werk groot was. De politieke uitzichtloosheid steeg in de Verenigde Staten door de procedure om bedrijven te herstructureren en door arbeiders op een collectieve manier in grote aantallen te ontslaan.Vele Amerikanen zagen de uitvoer van werk naar het buitenland als een beroving van hun werk en als een aanval op hun levensonderhoud. Zij beschouwden de herstructureringen als niets anders dan Kapitalistische hebzucht. De bedrijven beweerden dat zij dit moesten doen wegens de intense internationale concurrentie en dat zij geen andere keus hadden dan om op internationaal niveau te concurreren en hun verrichtingen te "globaliseren". Commissies benoemd door het Congres hielden vergaderingen die open waren voor het publiek, om de globalisering van Amerikaanse bedrijven te onderzoeken. De eerste werd in 1987 gehouden en de laatste vond plaat in 1992. Dit onderzoek leidde tot de bekendmaking van het idee van globalisering, toen de commissies het gebruik consolideerden door het in de rubrieken van hun rapporten te plaatsen die in 1987 en in verdere jaren plaats namen. Dit was de eerste keer dat de term "globalisering" als titel werd gebruikt in een boek of rapport dat in het Engels gepubliceerd werd. Daarna volgde de publicatie van boeken over globalisering tot het gepubliceerde materiaal in Engels een aantal van 260 boeken bereikte, vele daarvan werden in de jaren '90 tijdens het mandaat van president Clinton gepubliceerd. Echter, het effect van deze onderzoeken was om de politieke druk te verlichten tegen de baanontslagen van deze maatschappijen en de export van hun werk buiten de Verenigde Staten. Dit, om hun daden te rechtvaardigen en de vijandige atmosfeer te elimineren die door de media naar buiten werd gebracht. De onderzoeken die in 1992 werden beëindigd, werden niet hervat, ondanks het feit dat deze kwesties in de Presidentiële verkiezingen aan het eind op 1992 aan de orde kwam. Nadat Clinton aan de macht kwam, bekrachtigde de Congres de "NAFTA" overeenkomst, die Bush met Canada en Mexico had ondertekend. De overeenkomst liet het Amerikaanse en Canadese maatschappijen toe om goederen te vervaardigen in Mexico, waar de arbeiderslonen uiterst laag zijn, en het vervolgens in Amerikaanse en Canadese markten te verkopen. Dit was waar de Amerikaanse arbeidersvakbonden en de Amerikaanse politieke facties die zich tegen deze maatschappijen verzetten zo bang voor waren. Hierdoor kwam de politieke onenigheid welke gepaard ging met politiek conflict binnen de Verenigde Staten zelf, die tegen de massaontslagen en de export van werk buiten Amerika was en die de term "globalisering" hebben verspreid, praktisch tot eind 1992. Het werd beëindigd ten gunste van de financiële kringen en bedrijven van de V.S. onder hun controle. Dit leidde tot de vorming van de publieke opinie die bepaalde dat het werk hoge kwalificatie en ervaring vereist waarvoor hoge lonen zouden moeten worden betaald en Amerikaanse grond nooit zou moeten verlaten. Als iets wel geëxporteerd moest worden dan zou het alleen werk zijn die fysieke arbeid vereist, vermoeiend, eentonig werk met zeer lage lonen . Als deze verwachtingen gerealiseerd worden, zouden alle Amerikanen profiteren omdat het zou leiden tot specialisatie in de geavanceerde industrieën, hoge kwalificaties, ervaring en goed betaald werk. Bijgevolg zouden de goederen gemaakt door geëxporteerd werk met buitenlandse handen met lage prijzen terug komen op de Amerikaanse markten. De politieke resolutie van deze kwestie in 1992 en de toetreding van Clinton als president in 1993 leidden tot verandering in het buitenlandse en economische beleid van de V.S. Zijn voorganger Bush nam het beleid aan die de export van goederen promootte en het beleid van de Wereldhandelsorganisatie sponsorde in plaats van GATT, de deuren voor de export van goederen wijd open te zetten. Nochtans, namen de Amerikaanse financier en de financiële kringen de mening aan dat het belangrijker was om te vervolledigen wat zij in de vroege jaren '80 waren begonnen, het uitvoerig herstructureren van de Amerikaanse maatschappijen dan de bevordering van de export van goederen. Dit om hen te versterken zodat zij winst kunnen bereiken. Zij oordeelden dat dit herstructureren zou leiden tot de uitvoer van heel wat werk en niet alleen hun goederen en dat het ook zou leiden tot hun betrokkenheid in de woeste concurrentie met niet-Amerikaanse maatschappijen. De Amerikaanse financiers brachten andere ideeën naar voren die zij door Clinton wilden laten goedkeuren. Zij beweerden dat Amerika vele jaren de lasten en de kosten van de Koude Oorlog en andere internationale lasten had gedragen. Bijgevolg, werden Europa en Japan economisch sterker, in een zodanig mate dat zij nu de essentiële belangen van de Verenigde Staten bedreigden. Nu de Koude Oorlog over was, zeiden zij dat de Verenigde Staten zijn capaciteit moest herwinnen om zo met Europa en Japan te kunnen concurreren, en het concurreren moest op een dominante manier hervat worden. Zij zou zich er niet toe moeten verplichten om Europese en Japanse belangen waar te nemen en goed te keuren zoals zij in het verleden heeft gedaan. Sommige Amerikaanse financiers verzochten zelfs dat de Amerikaanse geheime diensten gebruikt konden worden bij het economisch bespioneren van Europa en Japan en hun bedrijven omdat nu haar zorgen met de Koude Oorlog en andere politieke kwesties waren verminderd. In antwoord op deze gedachten en adviezen, keurden Clinton en zijn secretaresse van financiën, M. Rubin, die één van de belangrijke persoonlijkheden op Wall Street was, de vraag naar het openen van wereldmarkten goed. Niet alleen om Amerikaanse goederen te verkopen, maar ook om de bedrijven van de V.S. toe te laten om goederen te produceren waar goedkoop arbeid beschikbaar was. En om hun diensten en goederen op de markt te brengen in de Verenigde Staten of een ander land waar zij dat wensten.Het belangrijkst hiervan was de acceptatie van de finansieringsmaatschappijen in de V.S, zoals banken, verzekeringsmaatschappijen, makelaarskantoren van geldmarkten in het buitenland. Dit was een nieuwe kwestie aangezien deze maatschappijen niet eerder in het buitenland hadden gewerkt en waren niet welkom in vele landen om hun gevaar van ondernemingschap. Dit is omdat de financiële maatschappijen van aard werken om het geld van de mensen in de vorm van stortingen, verzekering premies, aandelen en obligaties aan te trekken. Bijgevolg, zou een enorme hoeveelheid geld in hun handen vallen, die hen in staat zou stellen alles te kunnen doen. De Amerikaanse financiers waren bezorgd over het idee, dat onmiddellijk na het eind van de Koude Oorlog naar voren werd gebracht, namelijk dat de wereld onvermijdelijk in drie grote economische gebieden verdeeld zou worden. De eerste zou het geheel van Europa omvatten en door Westelijk Europa worden geleid. De tweede zou het grootste deel van Azië omvatten en door Japan worden gedomineerd; en het derde zou de twee Amerikaanse continenten omvatten die tot de hegemonie van de Verenigde Staten wordt beperkt. Zij vreesden dat dit idee werkelijkheid zou worden en verzette zich er fel tegen en beschreven het als regionalisering. Zij zinspeelden op het feit dat Europa en Japan het meest gesteld waren op dit idee. Zij boden een alternatief op dit idee, i.e. dat de wereld één globale markt zou moeten worden. Geen enkel land zou een monopolie moeten hebben over een gebied, eerder zou elk land het recht moeten hebben om in elk plaats in de wereld te concurreren. Zij bevorderden dit idee door intensieve media campagnes; het beleid van Clinton keurde het goed en vele boeken werden hierover gepubliceerd. Naar aanleiding hiervan werden boeken gepubliceerd die de globalisering van maatschappelijke activiteiten bespraken. Deze media campagne eindigde in de Verenigde Staten nadat het beleid van Clinton het idee aan het begin van zijn mandaat goedkeurde. Het bewoog zich toen buiten de Verenigde Staten, die door de Amerikaanse regering en zijn staatsorganisaties werden gesponsord. In het buitenland, vooral in landen die ontwikkelingslanden genoemd worden, werden de media campagnes toegespitst, en werden de mensen van die landen overspoeld met ondiepe, bedrieglijke gedachten, zwakke uitdrukkingen en vreemde sofisterijen. Vele mensen waren er volledig door onthutst. Ondanks de dwaze aard van de gedachten waaraan de campagnes riepen, werden zij zorgvuldig en aandachtig gepland om specifieke resultaten te bereiken. Namelijk een nieuwe vorm te geven aan de publieke opinie in deze ontwikkelingslanden en het te gebruiken in het voordeel van bedrijven van de V.S. Om zo de vruchten te plukken van het winnen van de Koude Oorlog en hen te monopoliseren en uit te zonderen van Europese en Japanse maatschappijen. Helaas is het nu duidelijk dat deze campagnes hun doelstellingen hebben bereikt en dat zij de heersers daar die verblind zijn door het Westen en de Westerse cultuur, in staat hebben gesteld om hun volk te verdoven vóór het nieuwe offensief van de V.S. en de aanval op hun land. Zij openen nu hun markten voor de goederen van de V.S., stellen hun goedkope arbeid te werk in de fabrieken van de V.S., trekken de spaargelden van mensen aan voor de financiën van bedrijven in de V.S., en het geld van de markten wordt voor speculatie gebruikt. Hieronder staan enkele gedachten die de Verenigde Staten wil propageren onder de dekking van globalisering in het buitenland, vooral aan Derde Wereld landen: 1. Na de val van de Sovjetunie bleef er slechts een economisch systeem in de wereld dat de vrije markt wordt genoemd in plaats van zijn ware naam, het Kapitalisme. Het is het systeem dat ons aan zijn hebzucht en verschrikking herinnert. Alle landen in de wereld voeren het uit of streven ernaar om het uit te voeren. 2. De globale financiën en de stroom van geld zijn nu gecentraliseerd, omdat de voorstanders het naar elk land kunnen overbrengen en het gebruiken in elke vorm van investering waarvan de winst groter zal zijn dan andere investeringen. De overdracht van geld kan met uitzonderlijke snelheid worden uitgevoerd, het wordt vergemakkelijkt door snelle communicatie middelen, en het geld zal niet geïnvesteerd worden in een land dat de investering belemmerd of verhinderd. 3. De zakenwereld is eveneens verenigd geworden. Vandaar de opkomst van multinationale bedrijven, hoewel zij niet echt multinationaal zijn, omdat hun moedermaatschappij slechts één land volgt en slechts één nationaliteit heeft. Deze bedrijven hebben de capaciteit om producten te vervaardigen op een globaal niveau; een kwestie die elk land dat wenst zich te ontwikkelen deze multinationale ondernemingen zullen verwelkomen zodat zij de mensen aan het werk zullen zetten of hun producten zullen verkopen, anders zal de multinationale ondernemingen naar een ander land gaan. 4. De globale communicatie tussen alle hoeken van de wereld is zo uitvoerig geworden en onderling verbonden dat elke factie of entiteit verhinderd wordt om het te controleren. Deze verbinding heeft geleid dat de informatie van de mensen gedeeld wordt. Hierdoor zijn zelfs de meningen van de mensen en hun smaken het zelfde geworden. Dit zijn enkele concepten van globalisering die gepromoot worden in de Derde Wereld Landen. De bevordering van deze concepten heeft als doel om op diens basis de noodzaak te versterken om buitenlands valuta aan te trekken en arbeid te brengen. Het is ook bedoeld om het advies van de verdedigers van globalisering te adopteren m.b.t. wetsveranderingen in het land en de privatisering van zijn staatsinstellingen, om zo dergelijke verdedigers in staat te stellen om dit soort instellingen te kunnen kopen. Naar hun mening, is er geen andere optie voor de Moslims dan om zich in een wereld aan te sluiten die akkoord is gegaan met de globalisering van geld en het werk, anders zullen wij achterwaarts blijven. Niemand zou het effect van deze eisen, propaganda en misleiding en de bedekking van globalisering moeten negeren die hen in een land verbergt waar er leiders en denkers zijn van wie de mensen door onwetendheid worden overheerst en die van de staatsmedia voor hun adviezen afhangen. Dit is waarom het niet vreemd is dat wij deze eisen van globalisering met de missionaire invasie van de negentiende eeuw vergelijken. Deze aanval kan gevaarlijker zijn dan die voordien. |