vrijdag 10 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Wetgeving arrow HET GODDELIJKE OORDEEL inzake Krijgsgevangenen
HET GODDELIJKE OORDEEL inzake Krijgsgevangenen Afdrukken E-mail
dinsdag 01 maart 2005

Allah (swt) zegt:

"En wanneer jullie hen die ongelovig zijn in de strijd ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast; hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen vrij te laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd." (Mohammed 4)

Wanneer Moslims bij een slag hun vijanden krijgsgevangen nemen, dan vallen deze krijgsgevangenen onder de directe verantwoordelijkheid van de Khalifah en niemand anders. Het is dan aan de Khalifah om uit te maken wat met deze krijgsgevangenen te doen, maar hij is hierbij gebonden aan het Goddelijke Oordeel betreffende hun behandeling. Het Goddelijke Oordeel schrijft de Khalifah voor om hen ofwel als gunst vrij te laten, ofwel hen vrij te laten kopen zoals bovenstaande ayet voorschrijft.

Deze ayet is duidelijk aangaande de behandeling van de krijgsgevangenen. Ze staat in Soerah Mohammad, de eerste Soerah die inhoudelijk over de strijd gaat. Deze Soerah is neergedaald na de aankomst van de Profeet (saw) in Medina na zijn vertrek uit Mekka. De Soerah wordt tevens wel de "Soerah van de Strijd" genoemd. Deze Soerah is geopenbaard na Soerah "het IJzer", voor de slag om Badr. Bovenstaande ayet is dus neergedaald voordat er een veldslag in Islam had plaatsgevonden, en dus voordat er krijgsgevangenen waren gemaakt. De ayet stelt de Khalifah dus voor de keuze betreffende de behandeling van de krijgsgevangenen; of als gunst vrijlaten, of vrij laten kopen!

Van ‘Imraan is overgeleverd: "De Profeet (saw) ruilde twee Moslim krijgsgevangenen tegen een krijgsgevangene van Bani ‘Aqiel." En Ibn Abbas heeft overleverd dat: "Er waren gevangenen van de slag om Badr die niet werden losgekocht, hun losgeld was het leren schrijven van de kinderen van de Ansar." De Soennah van de Profeet (saw) heeft dus evenzozeer duidelijk gemaakt wat te doen met krijgsgevangenen. Het doden van krijgsgevangen valt onder de categorie makroeh (voor het niet verrichten van de handelingen zal men beloond worden, terwijl men in geval deze handeling wel verricht wordt niet zal worden gestraft), oftewel afgeraden. Het is dus niet een verrichting waartoe wordt aangespoord, integendeel.

De Profeet (saw) heeft na de slag bij Badr Al-Nudur Bin Al-Harith gedood, en na de slag bij Uhud heeft hij (saw) Abaa ‘Iza gedood. Deze feiten wijzen er niet op dat dit het Goddelijke Oordeel is inzake krijgsgevangenen; als dit zo was, dan dienden alle krijgsgevangenen gedood te worden. De Profeet (saw) heeft slechts enkele personen laten doden, na enkele veldslagen. Dit heeft hij (saw) gedaan omdat hij (saw) een groot gevaar in deze personen zag voor Islam en de moslims; niet omdat zij krijgsgevangen waren genomen. Dat de Khalifah personen laat doden omdat zij een gevaar vormen voor de moslims en Islam is volgens de jurisprudentie dus toegestaan.

Abu Hoereira heeft van de Profeet (saw)

overgeleverd:

"Wanneer jullie deze persoon en deze persoon van Bani Quraish, aantreffen doodt hen dan."

Hieruit blijkt dat het doden niet voor een krijgsgevangene geldt, maar enkel voor bepaalde personen waarin de Khalifah een groot gevaar ziet voor Islam en de moslims. Wanneer er een groot gevaar van bepaalde personen uitgaat, dan is het de Khalifah toegestaan hen te laten doden, ondanks dat zij krijgsgevangene gemaakt zijn.
 

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"...Zeg: "Brengt dan een hieraan gelijke Soerah voort..." (Zie de vertaling v.d. betekenissen van soerat Yoenes: 38)
Hadith

En Al Bukhari heeft over Abdullah verteld. Hij zei dat de Profeet (saw) het volgende had gezegd: "U zult na mij egoïsme meemaken en dingen die jullie verafschuwen" Zij zeiden: "Wat beveelt u ons te doen, Oh Profeet van Allah?" Hij zei: "Geef hen hun recht, en vraag Allah u uw recht te geven."

over hadith..