zaterdag 11 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Home
Voor de oriëntalisten, de journalisten en de zondaars Afdrukken E-mail
donderdag 16 augustus 2007

Samoera bin Djoendoeb heeft overgeleverd: Heel vaak vroeg de Boodschapper van Allah (saw) zijn metgezellen: Heeft één van jullie een droom gehad? En dan werden hem dromen verteld door degenen van wie Allah wilde dat zij vertelden. Op een ochtend zei de Profeet (saw):

Afgelopen nacht zijn twee personen bij me gekomen, ze maakten me wakker en zeiden me: "Ga voort!". Ik trok er op uit met hen beiden en we kwamen bij een man die op de grond lag. En voorwaar, een ander man stond boven zijn hoofd met een rots in zijn hand. Voorwaar, hij gooide de steen op het hoofd van de man en beschadigde het! De rots rolde weg en degene die de steen gegooid had liep er achter aan en nam hem weer. Op het moment dat hij de man (die op de grond lag) weer bereikt had was diens hoofd weer teruggekeerd in zijn normale staat. En de gooier (van de rots) deed hetzelfde nogmaals. Ik zei tegen mijn twee metgezellen: "Heilig is Allah (soebhan Allah), wie zijn deze twee mensen?". Ze zeiden: "Ga voort! Ga voort!".

En dus gingen we verder en kwamen we bij een man die op de grond lag in een beknelde positie met een andere man boven zijn hoofd met een ijzeren haak. En voorwaar, deze deed de haak in één kant van de mond van de man en trok deze kant van het gezicht van de man los tot in de nek, en net zo trok hij de neus tot achter (in de nek) en de ogen tot achter (in de nek). Toen wendde hij zich tot de andere kant van het gezicht van de man en deed hetzelfde als hij gedaan had met de eerste kant van het gezicht. Hij was nog maar nauwelijks klaar met deze kant of de eerste kant veranderde terug tot de oorspronkelijke staat. Toen wendde hij zich terug tot deze en deed ermee hetzefde als eerder. Ik zei tegen mijn twee metgezellen: "Heilig is Allah (soebhan Allah), wie zijn deze twee mensen?". Ze zeiden: "Ga voort! Ga voort!".

En dus gingen we voort en kwamen we bij iets zoals een Tannoer (een oven waarin brood wordt gebakken, een gat in de grond omringd door klei).

Samoera bin Djoendoeb zei: Ik geloof dat de Profeet (saw) zei:

In de oven was veel lawaai en er waren stemmen.

De Profeet (saw) voegde hieraan toe: We keken er in en we zagen er naakte mannen en vrouwen, en voorwaar, een vlam van vuur bereikte hen van onderen, en wanneer deze hen bereikte dan schreeuwden zij luid huilend. Ik vroeg hen (de metgezellen van de Profeet (saw)): "Wie zijn zei?". Ze zeiden: "Ga voort! Ga voort!". En zo gingen we voort tot we bij een rivier kwamen.

(Samoera bin Djoendoeb zei): Ik geloof dat hij (saw) zei:

... zo rood als bloed.

De Profeet (saw) voegde hieraan toe: En voorwaar, in de rivier zwom een man, en aan de oever stond een man die vele stenen verzameld had. Voorwaar, wanneer de man die aan het zwemmen was naderbij kwam aan de tweede man, dan opende de eerste zijn mond en de tweede gooide dan een steen in zijn mond, waarna de eerste man weer ging zwemmen. Daarna keerde de eerste man weer terug tot de tweede, deed zijn mond open en de tweede gooide weer een steen in zijn mond. En zo herhaalde de gebeurtenis zich doorlopend. Ik vroeg mijn twee metgezellen: "Wie zijn deze twee mensen?". Ze antwoordden: "Ga voort! Ga voort!".

En we gingen voort tot we bij een man kwamen met een afzichtelijk uiterlijk. Het meest afzichtelijke uiterlijk dat je ooit bij een man gezien hebt. Naast de man was er een vuur, en de man stookte op het en rendde er rond. Ik vroeg mijn metgezellen: "Wie is deze man?". Ze antwoordden me: "Ga voort! Ga voort!".

Dus gingen we voort tot we bij een tuin kwamen met en dichte, groene beplanting, met allerlei lente-kleuren. Midden in de tuin was een heel lange man en ik kon nog nauwelijks zijn hoofd zien omdat hij zo lang was, en rondom hem waren er kinderen in zulk een groot aantal als ik nog nooit had gezien. Ik zei tegen mijn metgezellen: "Wie is dit?". Ze antwoordden: "Ga voort! Ga voort!".

En dus gingen we voort tot we bij een majestueuze en grote tuin kwamen, groter en mooier dan ik ooit heb gezien. Mijn twee metgezellen zeiden me: "Omhoog!", en ik ging omhoog.

(Samoera bin Djoendoeb zei): De Profeet (saw) voegde toe: Dus ging ik omhoog tot we bij een stad gebouwd van gouden en zilveren stenen kwamen, en we gingen naar haar toegangspoort en verzochten dat de poort geopend zou worden en deze werd geopend. Toen we de stad betraden vonden we daarin mannen wiens ene kant van het lichaam van aantrekkelijke schoonheid was zoals de meest mooie man die je ooit hebt gezien, en wiens andere kant zo lelijk was als de lelijkste persoon die je ooit hebt gezien. Mijn twee metgezellen gaven deze mannen de opdracht zichzelf in de rivier te gooien. Voorwaar, er was een rivier die door de stad stroomde, en het water hiervan was zo wit als melk. De mannen gingen en gooiden zichzelf erin, en ze keerden tot ons terug nadat de lelijkheid van hun was verdwenen en zij waren verworden tot van de beste vorm.

(Samoera bin Djoendoeb zei): De Profeet (saw) voegde verder toe: Mijn twee metgezellen zeiden me: "Deze plaats is het 'Adn Paradijs, en dat is jouw plaats". Ik keek omhoog en voorwaar! Ik zag een paleis als een witte wolk. Mijn metgezellen zeiden me: "Dat is jouw plaats (van bestemming)". Ik zei tegen hen: "Moge Allah jullie beiden zegenen! Laat me het betreden!". Ze antwoordden: "Voor wat nu betreft, je zult het niet betreden. Maar je zult het betreden (een dag in de toekomst)". Ik zei tegen hen: "Ik heb vele wonderen gezien vandaag. Wat betekent al hetgeen ik gezien heb vandaag?". Ze antwoordden: "We zullen je hieromtrent informeren:

Voor wat betreft de eerste man die je tegengekomen bent, wiens hoofd vermorzeld werd door een rots, hij symboliseert degene die de Qor'an bestudeert maar deze niet reciteert noch ernaar handelt, en die slaapt de opgedragen gebeden negerende.

Voor wat betreft de man die je tegengekomen bent wiens mond, neus en ogen afgerukt werden van voor tot achter, hij is het symbool van de man die 's ochtends zijn huis verlaat en die leugens vertelt die over heel de wereld verspreid worden.

En de mannen en vrouwen die je hebt gezien in de constructie die lijkt op een oven, zij zijn de overspelige mannen en de overspelige vrouwen.

En de man die je zag zwemmen in de rivier en die een steen kreeg om door te slikken, hij is degene die de riba verteert (gebruikt).

En de lelijk uitziende man die je zag naast het vuur, die het stookte en er rond danste, hij is Maalik, de bewaker van de poort van de Hel (Djehennem).

En de lange man die je zag in de tuin, dat is Ibrahiem en de kinderen rondom hem zijn de kinderen die sterven met Al Fitra (het monotheïsme van overgave aan Allah (swt))".

De verteller voegde toe: Sommige moslims vroegen de Profeet (saw): "Wat betreffende de kinderen van Al Moesjrikoen (meergodendienaren)?". De Profeet (saw) antwoordde: En ook de kinderen van Al Moesjrikoen.

(Samoera bin Djoendoeb zei): En de Profeet voegde toe: En mijn twee metgezellen voegden toe: "De mannen die jij zag die voor de helft aantrekkelijk waren en voor de helft lelijk, zij waren degenen die een goede handelingen gemengd hadden met een slechte handelingen, maar Allah (swt) heeft hen vergeven".

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]