zaterdag 11 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Home
Het wonder van de Koran - deel 1 Afdrukken E-mail
maandag 24 september 2007

Het wonder van de Koran


"Dit is een volmaakt Boek, waaraan geen twijfel is" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 1)


Introductie

Er bestaat geen twijfel over dat de Koran van de Schepper der Hemelen en Aarde, Verheven is Hij, afkomstig is. De Koran is Zijn (swt) Leiding voor de mensheid, want de Koran is een wonder. En enkel Allah (swt) kan wonderen tot stand brengen, niet de mensen. Als zodanig is de Koran ook het bewijs voor het profeetschap van Mohammed (saw) aangezien enkel profeten met wonderen begunstigd worden door Allah (swt). Geen van de moslims verwerpt deze ideeën, dat de Koran het wonder is dat de waarheid van Islam en het profeetschap van Mohammed bewijst. Waar wel eens onduidelijkheid over wil bestaan, echter, is de kwestie wat nu precies het echte wonder van de Koran is.


Het wetenschappelijke "wonder" van de Koran

Wie wel eens gegoogled heeft met als zoekterm "wonder van de Koran" die bemerkt dat een heel voorname plaats in de zoekresultaten wordt ingenomen door artikelen die spreken over de "wetenschappelijke wonderen van de Koran". Het gaat hier over recente wetenschappelijke ontdekkingen waaromtrent men dan beargumenteerd dat de 1400 jaar oude Koran hier reeds over spreekt. Bijvoorbeeld :

DE ZEEËN DIE ZICH NIET MET ELKAAR MENGEN

Eén van de eigenschappen van de zeeën welke pas onlangs ontdekt is, wordt in een Qoer'aan vers als volgt omschreven:

Hij heeft de twee zeeën losgelaten om elkaar te ontmoeten. Tussen hen is een scheiding die geen van beiden voorbij kan gaan. (Qoer'aan 55:19-20)

De eigenschap van zeeën, n.l. dat ze bij elkaar komen, zonder dat er vermenging met elkaar plaatsvindt, is pas onlangs door oceanografen ontdekt. Door de fysieke kracht, die "oppervlaktespanning" genoemd wordt, vermengen de wateren van naast elkaar liggende zeeën zich niet met elkaar. Dit wordt veroorzaakt door een verschil in dichtheid van hun wateren, de oppervlaktespanning voorkomt de menging met elkaar, net alsof er een dunne muur tussen hen is.8

Het is interessant, dat in een tijd dat de mensen geen kennis van natuurkunde, van oppervlaktespanning of van oceanografie hadden, dit in de Qoer'aan is geopenbaard.

Image 
Er zijn grote golven, sterke stroming en getijden in de Middellandse zee en de Atlantische oceaan. Het water van de Middellandse zee, komt bij Gibraltar, de Atlantische Oceaan in. Maar de temperatuur, het zoutgehalte en de dichtheid veranderen niet vanwege de grens die hen scheidt.


DE FUNKTIE VAN BERGEN

De Qoer'aan vestigt onze aandacht op een belangrijke functie van de bergen:

En Wij hebben op de aarde stevige bergen geplaatst, anders zou zij met hen schudden (Qoer'aan 21:31)

Zoals we gezien hebben, staat er in het vers dat de bergen de functie hebben om de aarde tegen schokken te beschermen. Dit feit was bij niemand bekend, in de tijd dat de Qoer'aan geopenbaard werd. Het is eigenlijk pas recent duidelijk geworden als uitkomst van de ontdekkingen van de moderne geologie.

Image 
Schematische weergaven van bergen als pinnen, geven weer hoe de
diepe wortels in de grond zijn ingebed. (Anatomy of the Earth, Cailleux, p. 220)

Volgens deze ontdekkingen, worden bergen gevormd als resultaat van de bewegingen en van de botsing van massieve platen, die de aardkorst vormen. Als twee platen met elkaar in aanraking komen, schuift de sterkere onder de andere, die plaat bovenop buigt en vormt hoogtes en bergen. De laag eronder strekt zich onder de grond uit en maakt een diepe strekking naar beneden. Dit heeft het gevolg, zoals al eerder gezegd is, dat de bergen een deel onder het aardoppervlak hebben dat net zo groot is als de zichtbare delen op de aarde. In een wetenschappelijke tekst wordt de structuur van de bergen als volgt beschreven:

"Als de continenten dikker worden, zoals in berggebieden, dan zinkt de aardkorst dieper in de mantel."2

In een vers wordt gewezen op deze rol van de bergen en vergeleken met 'pinnen':

Hebben Wij de aarde niet als een bed uitgespreid? En de bergen als pinnen? (Qoer'aan 78:6-7)

Met andere woorden, bergen nagelen de platen aan de aardkorst vast, door zich op de bevestigingspunten van deze platen, boven en onder het aardoppervlakte, uit te strekken. Op deze manier bevestigen zij de aardkorst en voorkomen zij dat deze over de magmalaag of tussen de platen gaat zwerven. Kortom, we kunnen de bergen als spijkers zien die stukken hout vasthouden. Deze bevestigende functie van de bergen wordt in de wetenschappelijke literatuur met de term 'isotasie' aangeduid. Isotasie betekent het volgende:

Isotasie: algemeen evenwicht op de aardkorst bereikt door een stroom van rotsmateriaal, onder het oppervlakte onder gravitationische druk.3

Deze vitale rol van de bergen, die door de moderne geologie en seismologisch onderzoek ontdekt is, was eeuwen geleden in de Qoer'aan geopenbaard als een voorbeeld van de suprème wijsheid van de schepping van Allah.


DE BEWEGINGEN VAN BERGEN

In een vers wordt ons verteld dat de bergen niet zo bewegingsloos zijn als het lijkt, maar dat zij voortdurend in beweging zijn:

En je zal de bergen zien en denken dat zij solide zijn, maar zij zullen voorbij gaan zoals wolken voorbij gaan. (Qoer'aan 27:88)

Deze beweging van de bergen wordt veroorzaakt door de beweging van de aardkorst waar ze op staan. De aardkorst 'drijft' op de mantel, die een grotere dichtheid heeft. Het was aan het begin van de 20ste eeuw dat voor het eerst in de geschiedenis, een Duitse wetenschapper, Alfred Wegener, de gedachte uitte dat de continenten van de aarde, toen ze gevormd werden, met elkaar verbonden waren, en dat ze daarna in verschillende richting afgedreven zijn, en zich dus van elkaar scheidden, terwijl ze van elkaar afdreven.

Pas in de tachtiger jaren van de twintigste eeuw begrepen geologen dat Wegener gelijk had; dit was 50 jaar na zijn dood. Wegener beweerde in een artikel uit 1915, dat 500 miljoen jaar geleden de landmassa van de aarde samengevoegd was, en deze grote massa, Pangaea genoemd, bevond zich op de Zuidpool.

Ongeveer 180 miljoen jaar geleden deelde Pangaea zich in tweeën, elk deel dreef een andere kant op. Het ene gigantische continent was Gondwana en dit omvatte Afrika, Australië, Antarctica en India. Het andere was Laurasia en dit omvatte Europa, Noord-Amerika en Azië zonder India. Tijdens de daaropvolgende 150 miljoen jaar na deze opsplitsing, werden Gondwana en Laurasia verdeeld in kleinere gedeelten.

Deze continenten die na de opsplitsing van Pangaea ontstonden, hebben zich voortdurend bewogen over het aardoppervlakte, met een snelheid van enkele centimeters per jaar, ondertussen veranderden de verhoudingen van land en water op de aarde.

In het begin van de twintigste eeuw, als resultaat van een destijds uitgevoerd geologisch onderzoek, werd de ontdekte beweging van de aardkorst als volgt door wetenschappers uitgelegd:

De korst en het bovenste gedeelte van de mantel, met een dikte van ongeveer 100 km, zijn in onderdelen, die platen worden genoemd, verdeeld. Er zijn zes grote platen en verschillende kleinere. Volgens de theorie, genaamd tektonische platen, bewegen deze platen zich op aarde, en zij dragen de bodem van de continenten en de oceanen met zich mee. De beweging van de continenten is volgens metingen van 1 tot 5 cm per jaar. Aangezien de platen blijven bewegen, zal dit leiden tot een langzame verandering in de geografie van de aarde. Ieder jaar, bijvoorbeeld, wordt de Atlantische Oceaan een stukje wijder.4

Er wordt hier iets heel belangrijks gezegd: Allah verwees in het vers naar de beweging van de bergen en aan het wegdrijven. Tegenwoordig gebruiken de moderne wetenschappers de term: "de drift van de continenten" voor deze beweging.5

Image 
De plaatjes links laten de plaats van de continenten in het verleden zien. Als we aannemen dat de beweging van de continenten op dezelfde manier door zal gaan, dan zullen ze op de plaats liggen, die door het rechterplaatje wordt aangeduid.

Dit is beslist één van de wonderen van de Qoer'aan, dat dit feit, dat pas door de wetenschap ontdekt is, al eerder in de Qoer'aan vermeld werd.


HET GEBIED DAT ONZE BEWEGINGEN BEHEERST

Nee! Als hij niet ophoudt, zullen Wij hem bij zijn voorhoofdslok grijpen! Een leugenachtige zondige voorhoofdslok! (Qoer'an 96:15-16)

De uitdrukking: een leugenachtige zondige voorhoofdslok in het bovenstaande vers is heel interessant. Onderzoek dat in de laatste jaren is uitgevoerd, heeft duidelijk gemaakt dat het prefrontale gebied, dat verantwoordelijk is voor de regeling van specifieke functies van de hersenen, in het frontale deel van de schedel ligt. Wetenschappers hebben de functies van dit gebied, waar de Qoer'aan al veertienhonderd jaar geleden op wees, pas de laatste 60 jaren ontdekt. Als we in de schedel, aan de voorkant van het hoofd kijken, zullen we het frontale gebied van de grote hersenen aantreffen. In een boek getiteld: Essentials of Anatomy and Physiology, dat ook de resultaten van het laatste onderzoek van de functies van dit gebied bevat, wordt gezegd:

De motivatie en het vermogen om iets te plannen en de bedoelde bewegingen vinden plaats, in het voorste gedeelte van de frontale lobben, in het prefrontale gebied. Dit is het gebied van de associatie hersenschors…11

Het boek gaat verder:

Vanwege zijn betrokkenheid bij motivatie, wordt aangenomen dat het prefrontale gebied ook het functionele centrum voor agressie is…12

Dit gebied van de grote hersenen is verantwoordelijk voor planning, motivatie en het beginnen van goed en slecht gedrag en het is verantwoordelijk voor het vertellen van leugens en van de waarheid

Het is duidelijk dat de uitdrukking "de leugenachtige, zondige voorhoofdslok" volledig correspondeert met de bovenstaande uitleg. Dit feit, dat wetenschappers pas sinds 60 jaar weten, is door Allah eeuwen geleden in de Qoer'aan vermeld.

Het boek dat 1400 jaar geleden tot de mensen gekomen, de Koran, beschrijft dus de realiteit van de oceanen, de bergen en de menselijke hersenen precies zoals de moderne wetenschappelijke theorieën, die gebruik maken van moderne instrumenten voor onderzoek, dit doen. Deze feiten betreffende de Koran zijn inderdaad opzienbarend, en ze zetten de mens inderdaad aan tot denken over de Koran. En derhalve is een woord van dank op zijn plaats voor degenen die, in een poging de mensen de Waarheid van Islam in te doen laten zien, hun tijd en energie hebben gespendeerd aan onderzoek naar deze materie. En hetzelfde geldt voor degenen die hun tijd en energie hebben gespendeerd aan het vertalen van de bevindingen. Moge Allah (swt) hen belonen hiervoor.

De vraag is, echter, of deze zaken de echte wonderen van de Koran zijn. Er bestaan namelijk enkele problemen wanneer we de wetenschap als maatstaf nemen om de waarheid van de Koran te beoordelen.

Bijvoorbeeld, in de wetenschap zelf bestaat geen echte zekerheid. Het gebeurd geregeld dat een theorie die jaren voor de waarheid is aangezien, plotseling wordt verworpen alszijnde onwaar omdat er een nieuwe en betere theorie is gevonden. Te denken valt aan de theorie van de platte aarde, of de theorie van de aarde als het centrum van het universum, waar de Europeanen lange in tijd geloofden alszijnde de waarheid. Ondertussen is duidelijk geworden dat deze beide theorieën niet correct de werkelijkheid beschrijven en dus niet juist zijn. Een meer recent voorbeeld betreft de theorie betreffende het kleinste elementaire element in de scheikunde. Waar er een tijd bestond waar gedacht werd dat de molecuul het kleinste element was, daar is met het alsmaar beter worden van de microscopen duidelijk geworden dat er kleinere elementen bestaan. Eerst realiseerde men zich dat een molecuul bestaat uit atomen, die dus kleiner waren dan de molecuul. Daarna bleek dat atomen bestaan uit protonen, neutronen en elektronen, dus vond er opnieuw een correctie plaats in het idee van het kleinste elementaire element. De mening van de wetenschap op dit moment is dat protonen weer bestaan quarks, en dus is de mening van de wetenschap weer aangepast voor wat betreft het kleinste elementaire element. Met andere woorden, zouden we de wetenschap gebruiken om te oordelen of de Koran de waarheid danwel niet de waarheid is, dan zouden we een instabiele en onzekere maatstaf gebruiken. We zouden dan nooit echt zeker kunnen zijn in ons oordeel betreffende de Koran, omdat de wetenschap altijd kan veranderen. Vandaag bevestig de wetenschap misschien hetgeen de Koran zegt, maar morgen kan er een nieuwe theorie komen en die zou de Koran kunnen tegenspreken.

Het bovenstaande maakt ook duidelijk dat nooit in de geschiedenis in de wetenschap deze wetenschap zonder fouten is geweest. Altijd zijn er theorieën geweest die onjuist bleken te zijn. Het is dan ook niet realistisch om te denken dat de wetenschap van nu zonder fouten is. Meest waarschijnlijk zullen in de wetenschap ook nu theorieën geaccepteerd worden alszijnde juist, die later toch niet (helemaal) juist zullen blijken te zijn. Maar wanneer men op zoek is naar de waarheid dan is het onacceptabel om iets als maatstaf te nemen waarvan men niet zeker is of dit wel of niet juist is. Wanneer de wetenschap gebruikt wordt om te zoeken naar de waarheid, de wetenschap die niet met zekerheid juist is, dan kan men ook nooit met zekerheid zeggen de waarheid te gevonden.

Een ander probleem met het kijken naar de wetenschap om de waarheid van de Koran te onderzoeken is het feit dat er momenteel weliswaar wetenschappelijke theorieën bestaan die de woorden van de Koran bevestigen, maar er bestaan ook genoeg wetenschappelijke theorieën die de woorden van de Koran tegenspreken. Darwinisme is maar een voorbeeld van een theorie die in wetenschappelijke kringen breed gedragen wordt, en die tegenspreekt hetgeen in de Koran gezegd wordt over het ontstaan van de mens. Dus net zo goed als men kan zeggen dat de wetenschap de Koran bevestigd kan men ook zeggen dat de wetenschap de Koran verwerpt. En wat is dan juist?

En dan zijn er in de Koran natuurlijk ook nog vele voorbeelden van theorieën die door de wetenschap in het geheel niet eens besproken worden. Theorieën, namelijk, die zaken behandelen die door de mens niet waargenomen kunnen worden, zoals de eigenschappen van Allah (swt), het Paradijs, de Hel, de Engelen, de Duivel, de djinn, et cetera. Volgens de wetenschap zijn de beweringen van de Koran hieromtrent allemaal fabeltjes omdat deze zaken niet waargenomen kunnen worden. Want in de wetenschap geldt: wat niet waargenomen en onderzocht kan worden bestaat niet, totdat het tegendeel bewezen is. Omdat de wetenschap zichzelf -terecht- heeft beperkt tot de zaken die waargenomen en onderzocht kunnen worden middels proeven, is een groot deel van de Koran buiten het bereik van de wetenschap gebleven. De wetenschap kan dus nooit heel de Koran bevestigen. Dit betekent dat als men de wetenschap wil gebruiken om de waarheid van de Koran te onderzoeken, dat men nooit heel de Koran kan beoordelen, enkel delen ervan. En ook dit betekent dat men dus nooit helemaal zeker kan zijn betreffende heel de Koran.

Het laatste argument tegen het gebruik van de wetenschap in een poging om de waarheid van de Koran te bevestigen is het feit dat Profeet Mohammed (saw) dit ook nooit gedaan heeft. En hoe kon hij (saw) ook. Zou het een sterk argument zijn geweest wanneer Profeet Mohammed (saw) zou hebben gezegd: "de bergen bewegen, en over 1400 jaar zal de wetenschap dit bevestigen"? Zouden de mensen van Mekka voor deze reden hun oude religies verlaten hebben en Islam geadopteerd hebben?

Dit alles zou moeten volstaan om duidelijk te maken dat de beschrijving van de natuur zoals die gevonden kan worden in de Koran niet het wonder van de Koran is, en dat deze beschrijvingen het wonder van de Koran ook niet kunnen zijn. Dit zijn niet de zaken die definitief bewijzen dat de Koran inderdaad het Woord van Allah (swt) is. De bijzonder precieze beschrijving van de natuur die men kan aantreffen in de Koran is wel degelijk iets dat de mens die eerlijk is tot denken aanzet, maar een wonder is het niet. En dit betekent dat er nog iets anders aan de Koran moet zijn dat wel het echte wonder is. Alvorens te onderzoeken wat dit precies is, echter, moet er duidelijkheid gecreëerd worden over wat nu eigenlijk een wonder is.


Het wonder

Maar al te vaak wordt bij het aanschouwen van iets dat men niet begrijpt geroepen: "het is een wonder!". Bijvoorbeeld in geval iemand op een specifieke plaats, bijvoorbeeld aan de ingang van een grot, op "mysterieuze wijze" geneest van een ziekte of andere lichamelijke aandoening. Maar een wonder is veel meer dan enkel iets dat door de mens niet begrepen wordt.

Want er is veel dat de mensen eigenlijk niet begrijpen, hoeveel ze ook begrijpen. Om in te gaan op het voorbeeld van de onverklaarbare genezing van de ziekte, er is bijvoorbeeld niemand die kan verklaren waarom sommige mensen ziek worden of lichamelijke aandoeningen opdoen, en andere mensen niet. Waarom, bij gelijke omstandigheden, worden sommige mensen ziek en andere niet? Waarom krijgt de ene roker longkanker en de andere roker niet? Sommige mensen stellen dat dit te maken heeft met de genen, maar dit beantwoordt de vraag niet: waarom dan hebben sommige mensen wel een genetische code die hen een aanleg voor een bepaalde ziekte of lichamelijke aandoening geeft en anderen niet? En waarom krijgen sommigen van de mensen met de genetisch bepaalde aanleg wel de aandoening, en krijgen anderen met dezelfde aanleg deze aandoening uiteindelijk toch niet? En wanneer mensen dan ziek zijn of geconfronteerd worden met een lichamelijke aandoening en een behandeling hiervoor ondergaan, dan is het nooit gegarandeerd dat de persoon geneest. Bijvoorbeeld de ene persoon met longkanker geneest bij gebruik van een specifiek medicament, terwijl een andere persoon met identiek dezelfde ziekte bij behandeling met dit medicament niet geneest. Dus alhoewel de precieze invloed van een medicament op het lichaam heel vaak bekend is, kan deze wetenschap eigenlijk nooit garanderen dat het medicament zal genezen. Ook in antwoord op dit medische feit wordt soms gezegd dat dit met de genen van de mensen te maken heeft, maar voor deze opmerking geldt hetzelfde: waarom dan hebben sommige mensen wel een genetische code die hen gevoelig maakt voor een bepaald medicijn en anderen niet? En waarom genezen sommigen van de mensen met deze genetisch bepaalde aanleg wel, en anderen met dezelfde aanleg uiteindelijk toch niet? In ziekte en lichamelijke aandoening zit dus eigenlijk altijd iets dat komst en verdwijning onverklaarbaar doet zijn, alhoewel de doktoren met de huidige stand van de wetenschap vaak heel weten over de ziektes en andere lichamelijke aandoening waarmee de mensen kampen. Derhalve kan de plotselinge genezing niet als een wonder gezien worden, omdat genezing altijd iets onverklaarbaars met zich mee draagt. (Bovendien, de komst van de ziekte of de aandoening is niet meer of minder onverklaarbaar als het verdwijnen van de ziekte of aandoening. Waarom dan wordt enkel bij onverklaarbare genezing van ziekte gesproken over een "wonder", maar nooit bij de komst van de ziekte die toch even onverklaarbaar is?)

Een wonder is ook niets iets heel erg moeilijks dat door een mens verricht wordt. Wanneer iemand het wereldrecord sprint verbeterd en daardoor de snelste mens ooit op aarde wordt, dan betekent dit nog niet dat deze persoon een wonder heeft verricht. Deze prestatie heeft namelijk te maken met fysieke aanleg, en met training van de fysiek van de mens. Hoe ongelooflijk een atletische prestatie ook moge lijken, omdat dit te maken heeft met fysieke aanleg en met training van de fysiek is er uiteindelijk altijd wel weer iemand die bij deze prestatie in de buurt komt of zelfs verbeterd, en daarmee aantoont dat er van een wonder geen sprake is.

Er is evenmin sprake van een wonder, ten slotte, wanneer een bepaald begrip van de natuur wordt tegengesproken door een waarneming van de natuur. Einstein, bijvoorbeeld, zette bepaalde ideeën uiteen betreffende tijd en ruimte die lange tijd door waarnemingen bevestigd werden. Recente waarnemingen, echter, hebben aangetoond dat de ideeën van Einstein niet alle gevallen correct zijn. We hebben dan niet te maken met een wonder maar veel eerder met een incompleet begrip van de realiteit van de zijde van de mens.

Van een echt wonder is sprake wanneer op enig moment een feit tegen diens eigen essentie ingaat. Er zijn in de Koran verschillende beschrijvingen van gebeurtenissen die helpen om deze realiteit van het "wonder" te begrijpen. Bijvoorbeeld wordt er gesproken over hetgeen 'Isa (Jezus, vrede zij met hem) verricht heeft, de vertaling waarvan zoveel betekent als:

"Ik kom tot u met een teken van uw Heer; ik zal u uit klei de vorm van een vogel maken, dan adem ik daarin en hij zal een vogel worden, door Allah's gebod. En ik genees de blinden en de melaatsen en doe de doden herleven en ik deel u mede, wat gij zult eten en wat gij in uw huizen zult opslaan. Voorzeker, daarin is voor u een teken, indien gij gelovigen zijt." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 49)

Zonder precies te weten wat het is dat doet leven, en zonder te weten wat het precies is dat doet sterven, is duidelijk waarneembaar wanneer leven bestaat en wanneer de dood. Dode materie, bijvoorbeeld, heeft geen behoeften. Het hoeft niet te eten of te drinken of te ademen en het zal ook nooit hoeven eten, drinken of ademen. Levende materie kent wel behoeften, maar eenmaal de dood intreedt verliest de materie deze behoeften. En wanneer de dood eenmaal ingetreden is, dan kan niets het leven weer terugbrengen. Immers, als iets of iemand dood lijkt en weer tot leven komt, dan wordt niet voor niets gesproken over een "bijna dood ervaring", want als de dood echt ingezet was geweest, dan zou de terugkeer niet meer mogelijk zijn geweest. Dit is de essentie van de dood. Het is het laatste station, waarnaar men, eenmaal gepasseerd, niet meer terug kan keren.

De Koran stelt dat 'Isa (vrede zij met hem) desalniettemin de doden terug tot leven heeft gebracht. Dit is nu een voorbeeld van iets dat tegen de eigen natuur ingaat. Dood zijn betekent immers dat het leven niet terug kan komen. Als het leven terug kan komen dan is er sprake van een "bijna dood situatie". Als er de echte dood is, dan is terugkeer van het leven onmogelijk. Want de essentie van de dood is immers dat het onomkeerbaar is. Het is het definitieve einde van de ervaring van behoeften. Derhalve is het wederopstaan van de doden een wonder, omdat het wederopstaan van de doden ingaat tegen de essentie van dood zijn. Als het echt dood is kan het niet meer op staan. Als het toch weer op kan staan, dan is het niet echt dood. De Koran beschrijft dat echte doden aan de hand van 'Isa (vrede zij met hem) toch weer toch leven zijn gekomen. Dat is dan een wonder.

Een ander voorbeeld van een wonder is in het verhaal van Ibrahiem (vrede zij hem). De Koran vertelt dat het volk van Ibrahiem zei, de vertaling waarvan zoveel betekent als:

"Zij zeiden: 'Verbrandt hem en helpt uw goden indien gij iets wilt doen'." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Anbijaa 21, vers 68)

Dus het volk van Ibrahiem (vrede zij met hem) wenste hem in het vuur te gooien, opdat hij zou verbranden. Dat, immers is de essentie van vuur: indien het niet brandt is het geen vuur. Wat Ibrahiem in het vuur overkwam, echter, is het volgende. Allah (swt) zegt, de vertaling waarvan zoveel betekent als:

"Wij zeiden: O vuur, wees koel en onschadelijk voor Abraham." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Anbijaa 21, vers 69)

Oftewel, in het geval van Ibrahiem (vrede zij met hem) brandde het vuur niet. Dit is wederom een voorbeeld van een feit dat tegen de eigen essentie ingaat: er is vuur, vuur dat brandt, maar dit vuur brandde niet bij Ibrahiem (vrede zij met hem). Dat is dan een wonder.

Dit zijn twee voorbeelden van feiten die tegen de eigen essentie ingaan, om duidelijk te maken wat een echt wonder is. Een wonder is een gebeurtenis die ingaat tegen welbekende, definitieve feiten. Het welbekende, definitie feit van dood is dat het definitief is, en dus is het wonder wanneer deze dood ongedaan wordt gemaakt. Het welbekende, definitie feit van vuur is dat het brandt, en dus is het een wonder wanneer dit vuur niet brandt. Of in het andere voorbeeld van een wonder met betrekking tot Ibrahiem, dat van het offeren van zijn zoon Ismaïl: het welbekende, definitie feit van het mes is dat het snijdt, waar een echt mes een specifiek iets dus niet kan snijden maar alle andere zaken wel, daar is sprake van een wonder.


Het ware wonder van de Koran

Als de realiteit van een wonder eenmaal duidelijk is kan onderzocht worden of de Koran een wonder is of niet. En in de geschiedschrijving kan men aanwijzingen vinden over wat precies het wonder van de Koran zou moeten zijn, zodat me dit wonder van de Koran vervolgens kan bestuderen.

Iedere keer dat de Profeet Mohammed (saw) iemand uitnodigde tot Islam dan deed hij dit door de Koran aan hem voor te dragen, zo valt in de boeken van siera en ahadith te lezen. Bijvoorbeeld in de verzameling ahadith van Imam Boechari is overgeleverd van 'Oesama bin Zayd: De Boodschapper van Allah (saw) reed op een ezel (…). Hij bracht een bezoek aan Sa'ad bin 'Oebada in Banoe al Harith bin Khazraj. En dit voorval vond plaats voor de slag van Badr. De Profeet (saw) ging voorbij aan een samenkomst waarbij aanwezig was 'Abdoellah bin 'Oebay bin Saloel, en dit was voordat 'Abdoellah bin 'Oebay moslim werd. Voorwaar, bij deze samenkomst waren mensen aanwezig van verschillende religies. Er waren moslims, ongelovigen, polytheisten en joden, en in de samenkomst was ook 'Abdoellah bin Rawaha aanwezig. Toen een wolk van stof oprees door de ezel (van de Profeet) die de samenkomst bereikte bedekte 'Abdoellah bin 'Oebay zijn neus met zijn kleed en zei: "bedek ons niet met stof". Toen grotte de Boodschapper van Allah (saw) hen, stopte, steeg af, nodigde hen uit tot Islam en reciteerde de Heilige Koran voor hen.

Of zoals in de geschiedschrijving betreffende Aboe Dharr, waarin wordt verteld:

De Profeet (saw) heette Aboe Dharr welkom en nodigde hem uit tot Islam. Hij reciteerde voor hem de Koran.

Of zoals in de geschiedschrijving betreffende Moes'ab ibn 'Oemayr, die door de Boodschapper van Allah (saw) als gezant naar Al Madina werd gestuurd om de mensen uit te nodigen tot Islam. Op een dag ging As'ad ibn Zoerara weg met Moes'ab ibn 'Oemayr naar de plaatsen van Banoe al Asjhal en Banoe Zafar. Ze kwamen een van de tuinen van Banoe Zafar binnen bij een put genaamd Maraq en ze gingen hier zitten, waar sommigen van de mensen die Islam hadden geaccepteerd zich verzamelden. Sa'ad ibn Moe'adh en Oesayd ibn Hoedayr waren in deze tijd de leiders van hun stam, de Banoe 'Abd al Asjhal, en de twee leiders volgden het polytheïsme van hun stam. Toen ze hoorden over Moes'ab zei Sa'ad tegen Oesayd: "Ga naar deze twee die ons gebied binnen zijn gekomen om onze kameraden voor schut te zetten, drijf ze uit en verbied hen ons gebied binnen te komen. Als het niet was dat As'ad ibn Zoerara familie van mij was zoals jij weet, had ik je de problemen bespaard. Hij is mijn de zoon van mijn tante en ik kan hem niets doen". Dus Oesayd nam zijn lans en ging naar hen, en toen As'ad hem zag zei hij tegen Moes'ab: "Dit is de leider van deze stam die nu naar jou komt, dus wees oprecht tegenover Allah naar hem toe". Moes'ab zei: "Als hij gaat zitten zal ik met hem praten". Hij stond bij hen, kwaad kijkend, en vroeg hen wat ze wilden door zijn zwakkere kameraden te misleiden. "Verlaat ons als jullie je leven lief hebben". Moes'ab zei: "Waarom ga je niet zitten en luisteren. Als het je bevalt wat ik je te zeggen heb dan kun je het accepteren, en als het je niet bevalt dan kun je het laten". Hij was het er mee eens dat dit eerlijk was, stak zijn lans in de grond en ging zitten. Moes'ab legde Islam aan hem uit en las de Koran. Na dat dit gebeurd was zeiden zij, volgens wat gerapporteerd is door hen: "Bij Allah, voordat hij sprak herkenden we Islam in zijn gezicht door zijn vredige uitstraling". Hij zei: "Wat een fantastisch en schitterend gesprek is dit! Wat moet men doen als hij deze dien wil binnengaan?". Ze vertelden hem dat hij zichzelf en zijn kleding moest reinigen en daarna de Waarheid moest getuigen en twee rak'at moest bidden. Hij deed dit onmiddellijk en zei: "Er is een man achter mij die, als hij jou volgt, iedereen van zijn volk zal doen volgen. Ik zal hem meteen naar je sturen. Het is Sa'ad ibn Moe'adh". Hij nam zijn lans mee en vertrok naar Sa'ad die met zijn mensen in een bijeenkomst zat. Toen Sa'ad hem zag komen zei hij: "Bij Allah, Oesayd komt met een andere uitdrukking op zijn gezicht dan hij had toen hij van jullie vertrok". En toen hij naar hem toe kwam vroeg men hem wat er was gebeurt, en hij zei: "Ik heb gesproken met de twee mannen en zag geen kwaad in hen. Ik verbood ze om door te gaan en ze zeiden tegen mij: 'We zullen doen wat jij wilt'; en het was mij verteld dat Banoe Harithah naar As'ad was uitgegaan om hem te vermoorden, omdat hij wist dat hij de zoon was van jouw tante, zodat jij gezien zou worden als een verraderlijke beschermer van jouw gasten". Sa'ad was woedend en stond meteen op, gealarmeerd door wat werd gezegd over de Banoe Harithah. Hij nam de lans van zijn hand en zei: "Bij Allah, ik bemerk dat jij volkomen ineffectief bent geweest". Hij ging uit naar hen en toen hij zag hoe ze daar comfortabel zaten, toen wist hij dat Oesayd als intentie had gehad dat hij naar hen zou luisteren. Hij stond bij hen, woedend kijkende. Hij zei tegen As'ad: "O Aboe Oemama, ware het niet voor de relatie tussen ons dan zou jij mij niet zo behandeld hebben. Zou jij je in onze thuislanden gedragen op een manier die wij verafschuwen?". As'ad had al gezegd tegen Moes'ab: "O Moes'ab, bij Allah, de leider die gevolgd wordt door zijn volk is naar jou gekomen. Als hij jou volgt, zullen geen twee van hen achter blijven". Dus Moes'ab zei tegen hem: "Zou je niet zitten en luisteren. Als het je bevalt wat je hoort kun je het accepteren, en als het je niet bevalt kun je het laten." Hij was het er mee eens dat dit eerlijk was, stak zijn lans in de grond en ging zitten. Moes'ab legde hem Islam uit en las voor hem de Koran.

Deze geschiedenissen maken duidelijk dat de uitnodiging tot Islam zich baseerde op het reciteren van de Koran. De Koran werd voorgedragen om de mensen te overtuigen van het profeetschap van Mohammed (saw). Allah (swt) zegt in de Heilige Koran, de vertaling waarvan zoveel betekent als:

"Het is een Schrift die Wij tot u hebben nedergezonden, een gezegende, opdat zij de tekenen daarvan overdenken en opdat de lieden van verstand zich laten manen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Sad 38, vers 29)

De reden dat de Koran werd voorgedragen om de mensen uit te nodigen tot Islam is omdat de Koran betreffende zichzelf beweert dat hij onovertrefbaar is. Daarom zegt Allah (swt) ook in de Koran, de vertaling waarvan zoveel betekent als:

"Zeggen zij: 'Hij heeft dit (de Koran) verzonnen?' Antwoord: 'Breng dan tien dergelijke verzonnen hoofdstukken voort en roept buiten Allah wie gij kunt, als gij waarachtig zijt'. En indien zij uw (uitdaging) niet aannemen, weet dan, dat het met Allah's kennis is geopenbaard en dat er geen illah is behalve Hij." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Hoed 11, vers 13 - 14)

En:

"Of zeggen zij: 'Hij (de profeet) heeft het verzonnen'? Zeg: 'Brengt dan een hieraan gelijke Soerah voort en roept buiten Allah wie gij kunt (om hulp aan), als gij waarachtig zijt'." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Joenoes 10, vers 38)

De Koran beweert dat al wie probeert een fout te vinden in de Koran zal mislukken, en dat al wie probeert iets vergelijkbaars voort te brengen eveneens zal mislukken. En dit is ook waarlijk zo, want door heel de 1400 jaren geschiedenis van de Koran heeft niemand van onder de mensen het literaire niveau van de Koran weten te ervaren. Iedereen met kennis van het hoog-Arabisch die de Koran hoort zal ook direct beamen dat dit onmogelijk is. Een van de grootste Arabische dichters uit die tijd, Walid ibn Moghira, zei na het horen van tekst uit de Koran: "Bij Allah, niemand van jullie kan beter dan mij dichten, melodieën rijmen en zingen; en bij Allah, ik heb nooit iets gehoord wat hierop lijkt. Het is zo zoet, en zo gracieus dat het een hoogtepunt blijft en niets zal het kunnen overtreffen."

Dit is het ware wonder van de Koran. Want mensen spreken de Arabische taal en gebruiken de Arabische taal. Als dan een boek komt met een Arabische taal die de mensen niet begrijpen, maar die wel degelijk de Arabische taal is, dan is dit een wonder.

Eigenlijk, wanneer niemand van de mensen het literair niveau van de Koran weet te evenaren dan staat voor iedereen vast dat deze Koran van de Schepper van de Hemelen en de Aarde afkomstig is. Verstandelijk gezien maakt het dan niet meer uit of de persoon het hoog-Arabisch machtig is of niet. Indien er onder de Arabieren -moslim en niet-moslim- consensus bestaat dat niemand in staat is de Koran te evenaren, omdat al de pogingen hiertoe mislukt zijn, dan is voor alle mensen duidelijk dat de Koran inderdaad een wonder is. Als de Arabieren de Arabische taal van de Koran niet machtig zijn, dan is niemand van de mensen dit. Desalniettemin, om het wonder van de Koran nog meer en nog beter te kunnen appreciën zal het vervolg van dit artikel enkele voorbeelden van de wonderen van de Koran introduceren. Zodat ook de mensen die het hoog-Arabisch niet machtig zijn deze wonderen direct zullen kunnen ervaren, en niet enkel indirect middels de reactie van degenen die het hoog-Arabisch wel machtig zijn (alhoewel dit volstaat om het wonder van de Koran te herkennen). Zonder twijfal zal dan eenieder de waarheid van de stelling van Aboe 'Abd al Rahman al Soelami erkennen:

"Het verschil tussen de taal van Allah (swt) en de taal van Zijn (swt) schepping is zoals het verschil tussen Allah (swt) en Zijn (swt) schepping zelf."

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"Voor jullie is er in de vergelding leven,o verstandigen; misschien worden jullie godvrezend." (zie de vertaling van de betekenissen van soerat Al-Bakara 179)
Hadith

Overleveringen van de Profeet Muhammad (sallallahoe aleihi wa sallam)
Overgeleverd door Anas dat de boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "toen ik werd opgenomen naar de hemelen (de miraadj) kwam ik voorbij sommige mensen die nagels van koper hadden waarmee zij hun gezichten en borsten krabden. Ik zei: wie zijn deze mensen, O Djibriel ? Hij zei; dezen zijn degenen die het vlees van de mensen aten en hun eer lasterden." (Aboe Dawoed)

over hadith..