|
maandag 27 december 2004 |
|
Oppervlakkig denken bestaat alleen uit dat het feit overgebracht wordt naar de hersenen. Buiten dit geval gaat men het feit niet uitdiepen of onderzoeken. Dingen en zaken die een verband hebben met het feit worden door vermoedens vernomen. Men legt geen verband tussen de vermoedens en kennis. Wanneer men oppervlakkig denkt, brengt men alleen het feit over naar de hersenen. En daarna trekt men uit dit feit een ondiepe conclusie. Deze manier van denken is zeer uitgebreid bij volkeren en gemeenschappen, bij mensen die zich in een lager categorie van opvatting/ mening bevinden, bij mensen die slim zijn maar geen goede opvoeding gekregen hebben zowel op school als thuis en bij mensen die niet goed ontwikkeld zijn en ook bij mensen die veel informatie hebben maar niet kunnen denken omdat ze het verschil tussen leren en denken niet kunnen onderscheiden. Oppervlakkig denken is voor alle volkeren en gemeenschappen een ramp. De volkeren en gemeenschappen kunnen met oppervlakkig denken probleemloos denken maar, hun vooruitgang , een leven leiden dat nog meer bevredigend is, hun idee, mening en zicht is onmogelijk. Men gaat oppervlakkig denken doordat het vermoeden dat een mens bezit, de kennis of het kenmerk van de menselijke hersenen (verwerking van het feit in de hersenen) zwak is. Daarom kan men besluiten dat oppervlakkig denken niet het gewoonlijke denkwijze is van de mens, maar wel een eenvoudig, gebrekkig en onbeholpen denkwijze. |