dinsdag 22 mei 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Intellectualisme arrow Islam arrow Islam en de joden van Arabië
Islam en de joden van Arabië Afdrukken E-mail
dinsdag 27 november 2007

"En Hij deed de mensen van het Boek die hen (de vijand) hielpen uit hun vestingen komen en vervulde hun hart met ontzetting. Gij dooddet sommigen en gij naamt anderen gevangen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soerah Al Ahzaab, vers 26)

Al Madinah

Na overtuigd te zijn geraakt van de waarheid van Islam hadden vertegenwoordigers van het volk van Yathrib bij al 'Aqabah een gelofte van trouw en gehoorzaamheid gezworen aan Islam en de Boodschapper van Allah (saw), en hem (saw) verzocht Mekkah te verlaten om zich bij hen te voegen en als leider met Islam over hen te regeren. De Boodschapper van Allah (saw) ging in op dit verzoek en gaf de moslims in Mekkah opdracht om te vertrekken naar al Madinah. Omdat de Boodschapper angst had dat na zijn emigratie in Mekkah overgebleven moslims nog zwaarder vervolgd zouden worden door Qoraysh, emigreerde de Boodschapper (saw) zelf als laatste en liet de andere moslims voor zichzelf vertrekken.

Al Madinah werd op dat moment bewoond door drie groepen van mensen. Ten eerste was er de gemeenschap van moslims in al Madinah, bestaande uit zowel oorspronkelijk inwoners van Yathrib die Islam hadden geadopteerd als emigranten uit Mekkah, die in de stad veruit de grootste groep vormde. Ten tweede was er de groep van polytheïsten, die vast hielden aan de religie van hun voorvaderen. Ten derde waren er de joden. De joden zelf bestonden uit vier fracties, één waarvan in al Madinah verbleef zijnde Banoe Qaynoeqa, en drie waarvan in de omgeving van al Madinah verbleven zijnde Banoe Nadir, Khaybar en Banoe Qoeraydah. In deze situatie bestond er een noodzaak tot het ordenen van het samenleven van al deze groepen, en daarom was één van de eerste verrichtingen van de Boodschapper van Allah (saw) in zijn nieuwe rol als leider van de staat al Madinah het opstellen van een verdrag tussen al de stammen in al Madinah, om zo het samenleven van hen allen te kunnen organiseren op basis van wederzijdse eerbied en respect. Dit verdrag was het "Pact van Madinah" en kenden ondermeer de volgende bepalingen:

- "Dit is een document van Mohammed de Profeet waarop de relaties tussen de gelovigen en moslims van de Qoraysh en Yathrib, en degenen die hen gevolgd zijn en degenen die gewerkt hebben voor hen, gebaseerd zullen worden.

- Zij zijn één Oemmah, waar al de andere mensen van buitengesloten zijn.

- De joden van Banoe Auf vormen één gemeenschap samen met de gelovigen, de joden hebben hun eigen religie evenals de moslim, en de vrije (voormalig) slaven, met uitzondering van degenen die zich oneerlijk gedragen of zondigen, want zij beschadigen zichzelf en hun families.

- Hetzelfde geldt voor de joden van Banoe an Najjar, Banoe al Harith, Banoe Sa'idah, Banoe Joesham, Banoe al Aus, Banoe Thalabah en de Jafnah, een clan van de Thalabah en Banoe ash Shoetaibah.

- Als een twist of controverse mogelijk voor problemen kan zorgen, dan zal deze (voor een oplossing) verwezen worden naar Allah (swt) en Zijn Boodschapper (saw).

- Qoraysh en hun vrienden zullen niet geholpen worden."

In eerste instantie ondertekenden Banoe Qaynoeqa, Banoe Nadir Banoe Qoeraydah en het pact niet, maar op een later moment deden zij dit alsnog waarmee zij zichzelf vrijwillig tot onderdaan van de Islamitische Staat in al Madinah verklaarden. Maar ondanks de formele overeenkomst bleven spanningen bestaan in de samenleving. Van onder de joden bekeerden verschillende mensen zich tot Islam na onder de barmhartige wetgeving van Islam geleefd te hebben, en dit deed de weerzin bij de joodse stammen tegen Islam en Mohammed (saw) toenemen. Het leidde tot verhitte discussies tussen de moslims en de joden over de juiste religie en de waarheid van Islam. Sommige van de rabbijnen van onder de joden bekeerden zich tot Islam, maar zonder oprechtheid. In een rol als moslim en met hun kennis van de eerdere boodschappers en profeten hoopten zij door middel van het stellen van valse vragen de moslims in verwarring te kunnen brengen en daarmee aan te zetten de religie van Islam te verlaten. En verder schaamden de joden zich niet om de religie van hun broeders van het pact diep te beledigen. Één van hen, Finhas, zei bijvoorbeeld tegen Aboe Bakr (ra): "Wij zijn niet arm in vergelijking met Allah, en Hij is onderdanig aan ons; Hij is afhankelijk van ons terwijl wij onafhankelijk zijn van Hem." Aboe Bakr (ra) antwoordde op de intens beledigende uitspraak van Finhas: "Bij Allah, ware het niet voor het pact tussen ons had ik je hoofd afgehakt!".


De verbanning van Banoe Qaynoeqa

Een voorval typerend voor de mate van misdraging door de joden is een incident dat plaatsvond op de markt van Banoe Qaynoeqa. Het voorval vond plaats na de overwinning van de moslims in de slag bij Badr, een gebeurtenis die bij de joodse stammen de haat tegen de moslims in al Madinah verder aangewakkerd had, een reactie van jaloezie bij de toenemende macht en invloed die de moslims vergaarden. Een dag begaf een jonge moslim vrouw zich naar de markt van Banoe Qaynoeqa om melk te verkopen, en ging zitten voor een juwelierswinkel. Een joodse man benaderde haar van achter en nagelde haar jurk aan de achterzijde met een naald vast. Op het moment dat de vrouw overeind kwam, kwam haar kleed los en lachten de joden haar minachtend uit. De vrouw riep om hulp en een moslim besprong de juwelier en doodde deze. Daarop kwamen de joden tezamen en zij doodden de moslim. De familie van de gedode moslim-martelaar riepen de moslims op de joden te bestraffen. Toen de moslims aan de oproep gehoor gaven brak een gevecht uit tussen de joden en de moslims. De Boodschapper van Allah (saw) haastte zich daarop naar de markt om rust terug te herstellen. Eerder reeds had de Boodschapper de joden verzocht te stoppen met hun provocaties en misdragingen, maar op iedere misdraging en verzoek tot respecteren van de overeenkomst volgde enkel een grotere misdraging. De twist op de markt van Banoe Qaynoeqa was voor de Boodschapper van Allah (saw) dan ook als de welbekende druppel. Na de ontstane onrust gesust te hebben, verzocht hij Banoe Qaynoeqa al Madinah te verlaten. Maar Banoe Qaynoeqa weigerde en daagde de moslims uit tot oorlog:

"Oh Mohammed, acht jezelf niet te veel enkel en alleen vanwege je overwinning op je eigen volk (de Qoraysh bij de slag om Badr). Jij hebt een twist gehad met lieden die niets weten van oorlog voeren. Als jij problemen zoekt met ons, dan zullen we je laten zien dat wij echte mannen zijn!"

Daarop sloot Banoe Qaynoeqa zich op binnen de muren van hun fort in afwachting van de reactie van de moslims op hun uitdaging tot oorlog. Dit was niets minder dan een poging tot ondermijnen van het gezag van de Boodschapper van Allah (swt), ook al had Banoe Qaynoeqa gezworen dat ze hem (saw) als leider van al Madinah zouden gehoorzamen. Zou de Boodschapper (saw) in deze situatie de joden hebben gelaten, dan zou dit zijn gezag kapot hebben gemaakt, wat in de vijandige omgeving die het Arabische Schiereiland op dat moment was voor Islam en de moslims niet anders dan verregaande consequenties met zich mee kon hebben gedragen. Het zou voor velen van de stammen vijandig aan de moslims, niet in het laatst Qoraysh, een teken zijn dat de moslims in al Madinah te lijden hadden onder interne strubbelingen, dat de Boodschapper (saw) geen gezag meer bezat over zijn volk, en dus een aanleiding vormen voor hernieuwde pogingen tot vernietiging van wat men nog altijd beschouwde als niet meer dan een opstandige gemeenschap. De reactie van de moslims was daarom ferm: als Banoe Qaynoeqa zich niet aan hun eden wensten te houden maar in plaats hiervan oorlog wilden, dan zou het oorlog zijn dat ze zouden krijgen.

De Boodschapper van Allah (saw) vertrok tezamen met de moslims om Banoe Qaynoeqa te belegeren in hun fort. Na een belegering van 15 dagen accepteerde Banoe Qaynoeqa de eigen nederlaag, en gaven ze zich over. De Boodschapper van Allah (saw) besloot, na de moslims te hebben geconsulteerd, de joden te doden voor hun verraad. Echter, 'Abdoellah ibn Saloel, een van de leiders van de hypocrieten onder de moslims die op goede voet leefde met zowel de moslims als de joden, begaf zich tot Mohammed (saw) en verzocht hem, zeggende: "O Mohammed, wees vergevensgezind voor hen." De Boodschapper van Allah (saw) willigde zijn verzoek in, als een gunst aan hem. Banoe Qaynoeqa mocht al Madinah verlaten zoals in eerste instantie hen ook was voorgesteld.


Banoe Nadir

De gevolgen van de verbanning van Banoe Qaynoeqa vielen samen met de gevolgen van de slag bij Oehoed, waar de moslims niet als definitieve winnaars uit te voorschijn kwamen. Het deed de vijandschap onder de andere stammen op het Arabisch Schiereiland tegenover de moslims toenemen, doordat het hen terug het idee gaf dat er iets viel te winnen bij een strijd tegen Mohammed (saw) en zijn volgelingen in al Madinah. Zo kwam een vertegenwoordiging van de stam Hadhayl naar al Madinah met het verhaal dat zij heel graag Islam wilden leren, en zij vroegen Mohammed (saw) een aantal moslims daarom met hen mee te laten gaan. De Boodschapper van Allah (saw) stemde in met hun verzoek en gaf zes moslims de opdracht met de mensen van Hadhayl mee te gaan. Maar de moslims die in vertrouwen meereisden werden verraden door de stam Hadhayl. Eenmaal buiten al Madinah werden ze belaagd, drie van hen werden gedood en de overige drie werden gevangen genomen. Tijdens een vluchtpoging werd één van deze drie ook gedood, en de twee overgebleven moslims - Zayd ibn al Dathnah en Khoebayb - werden als slaaf verkocht aan Qoraysh. Zij werden gekocht door Qoraysh enkel om hen vervolgens te kunnen doden, uit pure haat tegen Islam, Mohammed (saw) en zijn volgelingen.

Een ander voorval vond plaats nadat een alom gerespecteerd mens bij de naam Aboe Bar'a Amir ibn Malik de moslims in al Madinah bezocht. Aboe Bar'a verzocht Mohammed (saw) eveneens om met hem enkele moslims mee te laten gaan om aan het volk van Najd Islam uit te leggen. In eerste instantie wees de Boodschapper van Allah (saw) het verzoek van Aboe Bar'a af, zich het lot van zijn de metgezellen die met de stam van Hadhayl reisden herinnerend. Maar Aboe Bar'a bezwoer Mohammed (saw) dat hij persoonlijk voor hun veiligheid garant zou staan, en daarom stuurde Mohammed (saw) 41 van de meest vooraanstaande moslims met Aboe Bar'a mee naar het volk van Najd. Aangekomen bij Bir Ma'oeana werd van onder deze groep moslims een vertegenwoordiger gekozen die hen moest aankondigen bij de leider van Bani Amir, 'Amir ibn Toefayl, en die hem een brief van Mohammed (saw) moest overhandigen. Zonder ook maar de brief in ontvangst te nemen, echter, trok 'Amir ibn Toefayl zijn zwaard bij het zien van de moslim en doodde hem. Daarop riep hij zijn volk Bani Amir op om tezamen met hem ook de overige moslims te doden, maar zijn eigen stam weigerde omdat zij niet verantwoordelijk wilden zijn voor het breken van een belofte gedaan door Aboe Bar'a. Daarop wendde 'Amir ibn Toefayl zich tot andere stammen in de omgeving, en tezamen met hen omsingelde hij de moslims en slachtte dezen af. Twee moslims wisten deze slachting te ontkomen, en toen één van hen bij zijn terugtocht naar al Madinah twee leden van de stam Bani Amir trof, nam hij hen voor vijanden en doodde hen. Echter, deze twee leden van Bani Amir reisden onder een garantie van bescherming van de Boodschapper van Allah (saw). Toen het nieuws van beide voorvallen de Boodschapper (saw) bereikte, was hij diep bedroefd. Niet alleen hadden de moslims wederom dierbare broeders verloren, maar ook waren twee mensen - bij vergissing weliswaar - onterecht gedood geworden door één van de moslims. De families van deze twee verdienden bloedgeld hiervoor, en de Boodschapper van Allah (saw) liet daarom uitgaan dat de moslims geld moesten brengen om dit te betalen. Omdat de joodse stammen onder verbond waren met de andere stammen in al Madinah vertrok Mohammed (saw) zelf naar Banoe Nadir om hen te vragen hun deel bij te dragen.

Maar Banoe Nadir was dit geenszins van plan. Zij zagen in de komst van Mohammed (saw) eerder een mogelijkheid om hun plan ten uitvoer te brengen, namelijk de moord op Mohammed (saw). Onder het voorwendsel dat men zijn (saw) verzoek accepteerde vroeg Banoe Nadir Mohammed om kort te wachten naast een van de huizen. Mohammed (saw) deed zoals verzocht, maar verwonderde zich over het gedrag van de mensen van Banoe Nadir. Op dat moment bood Allah (swt) Zijn gezant bescherming en openbaarde hem (saw) de ware intenties van Banoe Nadir, dat zij hem (saw) wensten te vermoorden door hem (saw) een steen op het hoofd te werpen van boven het huis waar Mohammed (saw) zich neergezeten had. De Boodschapper (saw) vertrok daarop terstond.

Teruggekeerd in de stad van al Madinah liet hij een boodschapper Banoe Nadir informeren dat hij hen (saw) opdroeg al Madinah binnen 10 dagen te verlaten net zoals Banoe Qaynoeqa verzocht was al Madinah te verlaten, vanwege hun verraad van het Pact van Madinah. Maar 'Abdoellah ibn Oebayy, één van de leiders van de hypocrieten in al Madinah, vertelede Banoe Nadir dat zij geen angst behoefden te hebben voor Mohammed (saw) en de moslims, omdat hij en zijn volgelingen Banoe Nadir te hulp zouden komen mocht het tot oorlog komen en de moslims in de rug zouden aanvallen. Daarop sloot Banoe Nadir zich op binnen de muren van hun stad, en wachtten tot de moslims kwamen 1. Na het verstrijken van de 10 dagen respijt kwamen de moslims ook. Zij omsingelden de verblijfplaats van Banoe Nadir en belegerden hen. Met de moslims was 'Abdoellah ibn Oebayy, maar de hypocriet kwam terug op zijn woord tegenover Banoe Nadir. Toen Banoe Nadir zagen dat 'Abdoellah ibn Oebayy en zijn volgelingen niets tegen de moslims zouden ondernemen maar hen hielpen bij de belegering, besloten zij zich over te geven zoals Banoe Qaynoeqa had gedaan, in de hoop dat zij behandeld zouden worden zoals Banoe Qaynoeqa. Zij stelden overgave voor op voorwaarde dat zij mochten vertrekken met alles dat zij met zich mee konden dragen. De Boodschapper van Allah (saw) accepteerde en liet hen een vrije aftocht met alles dat zij konden dragen.


Banoe Qoeraydah

Hierna was van de joodse stammen enkel Banoe Qoeraydah trouw gebleven aan haar verbond met de Boodschapper van Islam (saw) en de moslims, en als enigste van de joodse stammen in en rond al Madinah verbleef zij daar dan ook nog altijd. In al Madinah was de rust enigszins teruggekeerd nadat de openlijke vijanden van de moslims uit de stad verbannen waren. Dit betekende echter niet dat er geen bedreigingen meer bestonden. De Qoraysh, bijvoorbeeld, hadden nog niet hun vastberadenheid om de moslims en Islam te vernietigen opgegeven. Daarom bleef de Boodschapper van Allah (saw) te allen tijde attent om nieuws over de bewegingen van de vijanden van de moslims te vernemen. Hij (saw) stuurde mensen erop uit om nieuws te verzamelen in het land en daarbuiten. Hij (saw) was nieuwsgierig naar al de ontwikkelingen betreffende de Arabieren, met als doel voorbereid te zijn op eventuele vijandelijkheden. Dit was met name het geval nu de vijanden van de moslims op het schiereiland groot in aantal waren geworden, wat het gevolg was van de vorming van een staat in al Madinah en een leger om rekening mee te houden, en de verbanning van de joden van Banoe Qaynoeqa en Banoe Nadir. Hierdoor was het dat hij (saw) vroegtijdig waarschuwingen ontving over het feit dat de Qoraysh zich verenigden samen met verscheidene andere stammen om al Madinah aan te vallen en te vernietigen.

Na hun verbanning uit al Madinah spanden de joden van Banoe Nadir zich in om de Arabieren op te zetten tegen de Boodschapper van Allah (saw), om wraak te kunnen op de Boodschapper van Allah (saw) en de moslims. Een aantal van hen hadden een partij gevormd tegen de Boodschapper van Allah (saw), waaronder Hoeyayy ibn Akhtab, Salam ibn Abi al Hoeqayq en Kinanah ibn Abi al Hoeqayq. Van Banoe Wa'il bevonder er zich onder deze intriganten Haudhah ibn Qays en Aboe 'Ammar. Het was deze partij die de Qoraysh in Mekka benaderden. De Qoraysh vroegen Hoeyayy over zijn mensen en hij zei: "Ik heb hen verlaten tussen Khaybar en al Madinah, wachtend op u om tezamen ten strijde te trekken tegen Mohammed en zijn volgelingen." Qoraysh vroegen hem ook naar Banoe Qoeraydah en Hoeyayy zei: "Zij zijn achtergebleven in al Madinah om Mohammed te misleiden. Zij wachten op het moment dat u al Madinah binnenvalt, om u te helpen van binnen uit." De Qoraysh waren op dat moment onzeker, niet wetende of ze al Madinah wel of niet moesten aanvallen. Ze waren van mening dat er geen verschil was tussen hen en Mohammed (saw) behalve zijn (saw) roep tot Allah (swt) en Islam. Zij vroegen zich daarom af of Mohammed (saw) niet het recht aan zijn zijde had. Om hun twijfels te doen verminderen vroegen de Qoraysh aan de joden: "Jullie, O joden, jullie zijn de eerste mensen die de heilige geschriften ontvingen en jullie kennen de aard van ons geschil met Mohammed. Is onze religie het beste of die van hem?" De joden zelf waren monotheïsten net als de moslims, terwijl de Qoraysh polytheïsten waren, maar het brandende verlangen om de Arabieren tegen Mohammed (saw) op te zetten bracht hen tot een verachtelijke blunder. De joden antwoordden: "Zeker, jullie religie is beter dan die van hem, en jullie hebben het recht om jullie gelijk op te eisen!" Het verkondigen dat de aanbidding van idolen beter was dan de Eenheid van God (Tawhied) zou hun eeuwig schande en schaamte brengen, maar de joden deden dit toch, waarmee zij aantoonden tot nog slechter in staat te zijn.

Toen ze zich er eenmaal van verzekerd hadden dat de Qoraysh waren overtuigd en aan de oproep tot oorlog tegen de moslims gehoor zouden geven, gingen de joden naar de stam van Ghatafan uit Qays Ghaylan, naar Banoe Moerrah en naar Banoe Fazarah, naar Asja'a, naar Salim, naar Banoe Sa'ad, naar Asad en ieder ander die een wrok koesterde tegen de moslims. Na verloop van tijd was een groot aantal van de Arabische stammen door hen verzameld tegen Mohammed (saw), en tezamen met de Qoraysh vertrokken dezen daarop allen in de richting van al Madinah. De Qoraysh marcheerden onder leiderschap van Aboe Soefyan. Ze waren met 4.000 soldaten, 300 ruiters en nog eens 1.500 soldaten rijdende op kamelen. Banoe Fazarah marcheerde onder leiderschap van 'Oeyayna ibn Hisn ibn Hoedhayfah met een groot aantal soldaten en 1.000 kamelen. Asja'a marcheerde onder leiderschap van Mis'ar ibn Rakhaylah en Moerrah marcheerde onder leiderschap van al Harith ibn 'Auf met 400 soldaten. De mensen van Salim en Bir Ma'oena marcheerden met 700 soldaten. Toen ze eenmaal bij elkaar waren gekomen, werden ze verder versterkt door Banoe Sa'ad en Banoe Asad. Alles bij elkaar waren ze met zo'n 10.000 mannen en de troepen van deze coalitie marcheerden onder leiderschap van Aboe Soefyan. Toen dit nieuws de Boodschapper van Allah (saw) bereikte, besloot hij zich te verschansen in al Madinah. Salman al Farsi opperde om een greppel rond al Madinah te graven. De zagen hierin een goed idee, en de greppel werd dan ook gegraven. De boodschapper van Allah (saw) werkte er zelf aan mee om de mensen te motiveren en om hen te herinneren aan de hoop op een beloning in de hemel. Hij (saw) spoorde hen aan om de krachten te verdubbelen en te blijven verdubbelen waardoor de greppel in zes dagen werd gegraven. Bovendien werden de muren van de huizen die de rand van de stad uitmaakten verstevigd, werden de huizen buiten de greppel geëvacueerd en werden vrouwen en kinderen verplaatst naar verstevigde huizen in al Madinah.

De Qoraysh en hun bondgenoten gingen op weg in de hoop Mohammed (saw) bij Oehoed te ontmoeten, maar dat mocht niet zo zijn. Daarop marcheerden de Qoraysh door tot zij al Madinah bereikten, waar zij tot hun verbazing op de greppel stuitten die hun weg versperde. De Qoraysh waren duidelijk niet bekend met deze verdedigingsstrategie. Ze waren gedwongen om hun kamp op te slaan voor de greppel buiten al Madinah, en hun volgende stap te overdenken. Aboe Soefyan en zijn medestanders realiseerden zich dat ze lang aan de rand van de greppel zouden moeten verblijven, omdat zij niet in staat waren om deze te bestormen. Deze onzekere situatie was lastig in de winter, want de winden waren woest en bijtend koud. Onder deze omstandigheden begonnen de mensen ontmoedigd te raken en wilden ze het liefst naar huis terugkeren. Hoeyayy ibn Akhtab was zich hiervan bewust en stelde daarom voor om Banoe Qoeraydah over te halen het vredesverdrag te schenden dat zij tezamen met de moslims hadden ondertekend, en om lid te worden van de coalitie van vijanden van Islam. Hij vertelde de Qoraysh en hun bondgenoten dat als Banoe Qoeraydah dit deed, alles voor hen open zou liggen om al Madinah binnen te vallen. De Qoraysh en Ghatafan waren tevreden met dit idee en stonden Hoeyayy toe om de leider van Banoe Qoeraydah, Ka'ab ibn Asad, te benaderen. Toen Ka'ab Hoeyayy hoorde aankomen sloeg hij de deur van het fort in zijn gezicht dicht. Echter, Hoeyayy drong aan totdat Ka'ab uiteindelijk toch de deur opende. Hij zei tegen hem: "Mijn hemel Ka'ab! Ik heb jou eeuwige roem en een groot leger gebracht. Ik ben met de Qoraysh en hun leiders en stamhoofden gekomen en ook Ghatafan en hun leiders en stamhoofden. Zij hebben een standvastig besluit genomen en hebben mij beloofd dat zij niet zullen vertrekken totdat we een eind hebben gemaakt aan Mohammed en zijn mannen." Ka'ab aarzelde en herinnerde zich de loyaliteit en betrouwbaarheid van de Boodschapper van Allah (saw). En hij was bang voor de consequenties die hij over zichzelf zou afroepen. Hoeyayy bleef aandringen om Ka'ab over te halen, totdat Ka'ab uiteindelijk toe gaf en accepteerde wat Hoeyayy van hem vroeg.

Zo verbrak Ka'ab zijn belofte en sneed hij zich los van het verdrag tussen hem en de Boodschapper van Allah (saw). Zo verenigde Banoe Qoeraydah zich met de coalitie van vijanden van Islam zonder medeweten van de Boodschapper van Allah (saw). Maar het nieuws bereikte de Boodschapper van Allah (saw) en zijn metgezellen toch, en veroorzaakte een grote mate van bezorgdheid onder hen. Zij vreesden het ergste en daarom stuurde de Boodschapper van Allah (saw) Sa'ad ibn Moe'adh, stamhoofd van de 'Aus, en Sa'ad ibn 'Oebadah, stamhoofd van al Khazraj, samen met 'Abdoellah ibn Rawahah en Khawwat ibn Joebayr erop uit om te kijken of het bericht op waarheid berustte. Hij (saw) vroeg hen om alleen hem een teken te geven als het bericht waar was, om zo het moraal van het volk niet te ondermijnen. Als Banoe Qoeraydah nog steeds trouw aan hun overeenkomst waren moesten zij dit publiekelijk aan het volk bekendmaken. Zo trokken de vier erop uit maar ze stuitten op een situatie die nog veel erger was dan zij hadden verwacht. Toen zij probeerden om Banoe Qoeraydah over te halen de overeenkomst niet te schenden, verzocht Ka'ab hen om hun broeders van Banoe Nadir terug te laten keren naar hun huizen. Sa'ad ibn Moe'adh, die ooit een medestander van Banoe Qoeraydah was geweest, probeerde hen te overtuigen door hen te herinneren aan hun overeenkomst. Ze spraken kleinerend over de Boodschapper van Allah (saw) en zeiden: "Wie is de Boodschapper van Allah? We hebben geen overeenkomst of overeenstemming met Mohammed." De gezanten keerden terug en informeerden Allah's Boodschapper (saw) over wat zij hadden geleerd. De situatie was duidelijk zeer ernstig en er heerste overal angst.

De bondgenoten bereidden zich voor op strijd. Tegelijkertijd vroeg Banoe Qoeraydah aan hun bondgenoten hen tien dagen de tijd te geven om zich voor te bereiden op het gevecht terwijl zij, de bondgenoten, dan op dat moment hard tegen de moslims moesten vechten. Ze vormden drie divisies om tegen de Boodschapper van Allah (saw) te vechten. De divisie van Ibn al 'Awar al Silmi naderde al Madinah vanuit de vallei, de divisie van 'Oeyayna ibn Hisn naderde van de zijkant en Aboe Soefyan naderde voor de greppel. De moslims raakten in paniek en waren doodsbang. De macht van de bondgenoten was duidelijk en hun moreel was erg hoog. Ze bewogen zich naar de rand van de greppel en een aantal van hen lukte het om er overheen te geraken. Een aantal Qorayshi ruiters, waaronder 'Amr ibn Abdoe Woedd, 'Ikramah ibn abi Jahl en Dirar ibn al Khattab sloegen hun paarden op zo'n manier dat ze erdoor denderden en hun berijders droegen tot de moerassige grond voorbij de greppel. 'Ali ibn Abi Talib kwam daarop met een aantal moslims naar voren om de doorgang te dichten. 'Amr ibn Abdoe Woedd ging naar voren toen zijn troep tot stilstand was gekomen en hij daagde eenieder uit om met hem in gevecht te gaan. 'Ali ging de uitdaging aan en zij tegen hem: "Ik vraag je om af te stijgen". 'Amr antwoordde: "O, zoon van mijn broer, ik wil jou niet doden." 'Ali (ra) zei: "Maar ik wil jou wel doden." Zo ze gingen beiden het gevecht aan en 'Ali doodde 'Amr. De overgebleven ruiters vluchtten in volle vaart terug naar de overkant van de greppel. Echter, deze verrassende nederlaag beïnvloedde het moreel van de coalitie niet, sterker nog het bracht hen tot razernij en maakte hen nog meer vastberaden om de moslims te terroriseren. Ondertussen verlieten de fanatiekelingen van Banoe Qoeraydah hun forten en drongen al Madinah binnen met als doel huizen in de buurt te terroriseren. Kwelling en angst namen toe onder de moslims, maar de Boodschapper van Allah (saw) was er te allen tijde van overtuigd dat Allah (swt) hem de overwinning zou toekennen.

Verlossing kwam in de persoon van Noe'aym ibn Masoed. Hij was al bekeerd tot Islam ook al wisten zijn eigen mensen dit niet, en hij ging naar de Boodschapper van Allah (saw). Noe'aym legde aan de Boodschapper van Allah (saw) een manier voor die het vertrouwen onder de coalitie onder druk zou doen komen te staan. Daarom werd Noe'aym door de Boodschapper van Allah (saw) opgedragen te gaan naar Banoe Qoeraydah, met wie hij goede vrienden was geworden in de dagen van zijn Jahilliyah (onwetendheid, de tijd voor de komst van Islam), om hen te herinneren aan de genegenheid en de goede band die er tussen hen (Noe'aym en Banoe Qoeraydah) had bestaan, onder vermelding van de fameuze woorden "oorlog is misleiding". Aldus vertelde Noe'aym Banoe Qoeraydah wat hun lot zou zijn als Ghatafan en de Qoraysh hen zouden achterlaten en zij als enigste vervolgens Mohammed (saw) in strijd zouden moeten ontmoeten. Hij benadrukte dat de Qoraysh niet lang zouden wachten, omdat zij geen bewoners van het gebied waren en dus veel minder gemotiveerd waren om te blijven en te vechten. Hij vertelde hen dat als ze op eigen houtje Mohammed (saw) zouden ontmoeten, het hen niet zou lukken hem (saw) te verslaan. Uiteindelijk raadde hij hen aan om niet met de bondgenoten te vechten totdat zij als gijzelaars de stamhoofden van de andere stammen in de coalitie in handen zouden hebben, zodat Ghatafan en Qoraysh verplicht zouden worden om te blijven. Alleen dan zouden zij samen met Banoe Qoeraydah tegen Mohammed (saw) vechten totdat hij (saw) aan zijn eind kwam. Banoe Qoeraydah dacht dat dit uitstekend advies was. Noe'aym ging daarop naar Qoraysh en hij vertelde hen dat de joden van Banoe Qoeraydah spijt hadden van hun daad om Mohammed (saw) te verraden, en hem hadden gestuurd om dit te vertellen. Hij vertelde dat ze het weer goed wilden maken (met de moslims) door middel van het overhandigen van een aantal stamhoofden van de twee stammen van de coalitie, Qoraysh en Ghatafan, zodat de moslims hun hoofden konden afhakken. Hij zei tegen hen: "Dus wanneer de joden gijzelaars van jullie eisen, stuur hen dan geen enkele man." Daarna ging hij naar Ghatafan en vertelde hem hetzelfde verhaal als dat hij tegen Qoraysh had verteld.

Het wantrouwen van de Arabieren tegenover de joden groeide en Aboe Soefyan waarschuwde Ka'ab met het nieuws dat ze Mohammed (saw) al zo lang aan het bestormen waren dat ze zich de volgende dag moesten klaarmaken voor een gevecht. Ka'ab antwoordde dat het Sabbath was, een dag waarop ze niks deden, noch werken noch vechten. Aboe Soefyan was woedend toen hij dit hoorde en hij begon hetgeen Noe'aym hem verteld had te geloven. Hij stuurde een gezant terug naar Banoe Qoeraydah om hen te vertellen dat ze maar op een andere dag Sabbath moesten houden, omdat het van essentieel belang was dat de volgende dag tegen Mohammed (saw) gevochten zou worden. De gezant vertelde Banoe Qoeraydah ook dat wanneer Qoraysh en Ghatafan er op uit zouden gaan om te vechten en hun niet zouden aantreffen, dat hun coalitie verbroken dan zou zijn en dat zij dan aangevallen zouden worden voordat tegen Mohammed (saw) gevochten zou worden. Toen Banoe Qoeraydah het bevel van Aboe Soefyan te horen kregen handhaafden zij hun standpunt dat zij hun Sabbath niet zouden breken, en zij vermeldden de gijzelaars van onder de coalitie die zij uit veiligheid zouden willen houden. Toen Aboe Soefyan dit hoorde bestond er voor hem geen twijfel meer over wat Noe'aym hem had verteld. Hij begon te denken aan een nieuwe strategie en hij beraadslaagde met Ghatafan alleen maar om erachter te komen of zij ook twijfels hadden om tegen Mohammed (saw) te vechten. Die nacht stuurde Allah (swt) een kille wind en een storm met onweer die hun tenten omver blies en hun kookpotten omver gooide. Ze waren in hevige paniek en dachten dat de moslims deze kans zouden grijpen om een aanval tegen hen uit te voeren. Toelayha stond op en schreeuwde: "Mohammed komt achter jullie aan, dus ren voor je leven." Aboe Soefyan zei: "O, Qoraysh! Vertrek, want ik vertrek." Gehaast pakten ze alles dat ze mee konden nemen en vluchtten weg. Ghatafan en de rest van de bondgenoten deden hetzelfde en in de ochtend was iedereen weg.

Toen de Boodschapper van Allah (saw) dit zag, verlieten hij (saw) en de moslims de greppel en keerden terug naar al Madinah. Allah (swt) had de moslims een gevecht bespaard. Nu de Boodschapper van Allah (saw) verlost was van Qoraysh besloot hij om de zaken met Banoe Qoeraydah voor eens en voor altijd af te handelen. Zij, ten slotte, waren het die de overeenkomst hadden verbroken en samengezworen hadden om de moslims uit te roeien. Daarom liet de Boodschapper van Allah (saw) de moe'adhin (degene die oproept tot gebed) de mensen informeren dat wie gehoorzaam was niet het middaggebed zou moeten bidden totdat hij op de plek was aangekomen waar Banoe Qoeraydah verbleef. De Boodschapper van Allah (saw) stuurde 'Ali met zijn vaandel vooruit en de moslims haastten zich, nog vol vreugde van de overwinning op Qoraysh, naar Banoe Qoeraydah. Dezen waren geenszins van plan zich over te geven, en stuurden aan op een strijd tussen hen de moslims. Ze verschansten zich in hun fort, maar nadat 25 nachten van belegering hen duidelijk hadden gemaakt dat de moslims van geen opgave zouden weten, riepen de joden de Boodschapper (saw) dat ze met hem wilden onderhandelen. Ze accepteerden volledige overgave op voorwaarde dat Sa'ab ibn Moe'adh over hen zou oordelen en niet de Boodschapper van Allah (saw). RasoelAllah (saw) accepteerde hun aanbod. Sa'ab ibn Moe'adh oordeelde dat Banoe Qoeraydah overeenkomstig de wetten van de Torah bestraft moesten worden voor hoogverraad: "De strijders moeten worden gedood, de bezittingen moeten worden verdeeld en de vrouwen en kinderen moeten tot slaven worden genomen." Het oordeel werd ten uitvoer gebracht en hierop hield de stam Banoe Qoeraydah op te bestaan. Dit einde van Banoe Qoeraydah betekende dat alle drie de joodse stammen die oorspronkelijk in de omgeving van al Madinah hadden geleefd en die een pact met de Boodschapper van Allah (saw) waren overeengekomen, deze na verloop van tijd allen braken, ten gevolge waarvan ze niet langer onderdeel waren van de Islamitische Staat in al Madinah.


Betreffende de leugens van de oriëntalisten:

De oriëntalisten zien in de gebeurtenissen waarover hierboven verhaald is een bewijs voor hun overtuiging dat Mohammed (saw) van begin af aan uit was op vernietiging van de joden. Op deze basis bestuderen en interpreteren zij de feitelijke gebeurtenissen, en voor deze reden valt er veel aan te merken op de interpretaties die zij bieden. Ten eerste zijn de oriëntalisten inconsequent in hun gebruik van bronnen. Bijvoorbeeld schrijft de Nederlandse oriëntalist Hans Jansen:

"De meeste boeken over het leven van Mohammed maken zich wellicht schuldig aan cirkelredeneringen. Gegevens over zijn leven worden geput uit de Koran, maar om de Koran te begrijpen moeten we eerst iets over het leven van Mohammed weten. En wat we daarover weten berust in laatste instantie op de verhalen verzameld door Ibn Ishaq. En Ibn Ishaq's verhalen berusten misschien op hun beurt weer op de tekst van de Koran."

Dus Ibn Ishaq is niet betrouwbaar, aldus oriëntalist Jansen. Maar, de Koran geeft niet veel van de details bij de gebeurtenissen omtrent Banoe Qaynoeqa, Banoe Nadir en Banoe Qoeraydah. Deze details zijn hoofdzakelijk verzameld in de werken van Ibn Ishaq en Ibn Hisham. En dus natuurlijk, wanneer Ibn Ishaq vertelt over de bestraffing van Banoe Qaynoeqa, Banoe Nadir en Banoe Qoeraydah, dan is hij een welkome en - plots - betrouwbare bron voor de oriëntalisten... En wanneer Ibn Hisham in zijn geschriften vertelt over de verbanning van Banoe Qaynoeqa en Banoe Nadir, en de doodstraf voor de strijders van Banoe Qoeraydah, dan presenteren de oriëntalisten dit als bewijs voor het vermeende "anti-semitisme" in Islam. Betrouwbaar bewijs ook, stelt men dan, omdat het immers uit Islamitische bronnen afkomstig is. Echter, wanneer dezelfde Ibn Hisham de geschiedenis vertelt die de directe aanleiding vormde voor de verbanning van Banoe Qaynoeqa, hun behandeling van de moslim dame op hun markt, dan plotseling is dezelfde Ibn Hisham volgens eveneens dezelfde oriëntalisten "onbetrouwbaar" en dan plotseling schrijft hij volgens hen hoofdzakelijk fabeltjes.

Ten tweede zijn de oriëntalisten inconsequent in hun analyses van de geschiedenis van Islam. Men accepteert historische feiten wanneer zij passen bij de interpretatie die zij willen bieden, en men negeert andere historische feiten wanneer zij deze gewenste interpretatie tegenspreken. Dus men schrijft bijvoorbeeld dat "de aanloop naar de gebeurtenissen rond Banoe Nadir vrij lang is en nogal ingewikkeld" 2 (men doelt op de moord op de 41 moslims en het onrechtmatig doden van twee leden van Banoe Amir door een moslim), en voor deze reden verder wel genegeerd kan worden. Oftewel, men wil de lezers het feit van bestaan van een voor de moslims intens vijandige omgeving onthouden. Waarom? Enerzijds omdat men twijfel wil laten bestaan over de ware reden achter het verzoek van Mohammed (saw) aan Banoe Nadir om bij te dragen in het bloedgeld, zodat dit verzoek gepresenteerd kan worden als een poging van Mohammed (saw) om een excuus te creëren voor het verbannen van Banoe Nadir. En anderzijds omdat het bestaan van een vijandige omgeving doet begrijpen waarom de moslims zo ferm waren iedere keer een lid van het pact zijn afspraken niet na kwam. Vijanden uit op de vernietiging van de moslims waren overal, en daarom werd een strikt naleven van het pact geëist van iedereen die het ondertekend had; het alternatief, de overtredingen van het pact negeren, zou de deur naar vernietiging van Islam geopend hebben. Wanneer men deze "vrij lange" en "ingewikkelde" geschiedenis in aanloop van de verbanning van Banoe Nadir begrijpt, begrijpt men heel goed waarom de straf voor Banoe Nadir zo streng was. Streng maar rechtvaardig, en daarom spreken de oriëntalisten lieven niet over dit deel van de geschiedenis, omdat dit het ongelijk van hun verhaaltjes bewijst.

Waar dit niet volstaat om het gewenste beeld te schetsen, daar schaamt men zich verder niet om feiten te negeren, te verdraaien of te beliegen. Men schrijft dan bijvoorbeeld dat Banoe Nadir geen pact had afgesloten met de moslims en Mohammed (saw), en dus niet bij hoefden te dragen aan het bloedgeld voor de families van de gedode leden van Banoe Nadir, om zo de straf voor Banoe Nadir te kunnen karakteriseren als "een misdaad van de anti-semiet Mohammed". Maar wederom in Ibn Ishaq en Ibn Hisham wordt het tegendeel hiervan bewezen. Of men schrijft dat onder het pact de joden niet verplicht waren om bij te dragen, omdat de dood van de twee leden van Banoe Amir veroorzaakt was door een moslim en niet een jood, ook al zegt het Pact van Madinah heel nadrukkelijk "De joden van Banoe Auf vormen één gemeenschap samen met de gelovigen". De samenleving van al Madinah werd gevraagd bij te dragen in het bloedgeld voor Banoe Amir. Banoe Nadir had met de ondertekening van het pact zichzelf onderdeel van deze samenleving verklaard en behoorde dus wel degelijk deel te nemen aan het bloedgeld voor zover zij kon. Of men schrijft dat Mohammed (saw) eerder zelf al onterecht het pact had gebroken toen hij Ka'ab ibn al Ashraf, een van de leiders van Banoe Nadir, terecht had laten stellen. Maar men liegt wanneer men dit een verbreken van het pact door Mohammed (saw) noemt, omdat men "vergeet" hierbij te vertellen dat Ka'ab een misdadiger was die voor het breken van de wet in al Madinah terechtgesteld werd. Ka'ab beledigde Mohammed (saw), Islam en de moslims in zijn gedichten diep, in de wetenschap dat in al Madinah het beledigen van religie (joods, islamitisch of christelijk of wat dan ook) een halsmisdaad was. En niet deed hij dit in het gezicht van de moslims, maar enkel stiekem achter hun ruggen. En men "vergeet" hierbij te vermelden dat Ka'ab naar de Qoraysh reisde om hen op te zetten tegen Mohammed (saw) en de moslims, een daad van hoogverraad, wat evenzo een halsmisdaad was. Zijn terechtstelling was dus niet een verbreking van de overeenkomst, maar resulteerde uit de overeenkomst.

Oftewel, de oriëntalisten zijn niet objectief in hun behandeling van de gebeurtenissen. Hun verhaal is dat de joden allemaal slachtoffer waren van een misdadiger bij de naam Mohammed (saw), en om dit te beargumenteren noemt men één en dezelfde persoon de ene keer een betrouwbare bron en een andere keer een leugenaar; vermeldt men wel het ene historisch feit van relevantie maar negeert men andere historische feiten evenzo van relevantie; en verdraait men de realiteit van feiten zo het hen uitkomt. Maar de waarheid is dat er een pact van broederschap was tussen de mensen in al Madinah, en degenen die dit verbroken hebben is de opdracht gegeven de stad te verlaten. En degenen die verraad hebben gepleegd, die hebben geheuld met de vijand na zichzelf eerst voor gedaan te hebben als vriend van de mensen van al Madinah, die mensen zijn gestraft voor de misdaad van hoogverraad. En misschien past het hierbij om te vermelden dat deze straf tot op de dag van vandaag ten uitvoer gebracht wordt in geval van heulen met de vijand ook in Nederland, België en al de andere zogenaamd beschaafde landen in de wereld.


1 Nu, bijna 1400 jaar later, beweren sommige mensen dat Banoe Nadir nooit van plan was geweest Mohammed (saw) te doden, en dat dit een leugen van Mohammed (saw) was. Echter, nooit heeft Banoe Nadir zelf ter eigen verdediging de aanklacht van Mohammed (saw) ontkend. Integendeel, men sloot zich in de hoop op oorlog, verraad tegen de moslims en vernietiging van Islam. Toch niet bepaald het gedrag van onschuldige mensen.

2 www.peacewithrealism.org/jihad/jihad06.htm

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
"Voor jullie is er in de vergelding leven,o verstandigen; misschien worden jullie godvrezend." (zie de vertaling van de betekenissen van soerat Al-Bakara 179)
Hadith

Thawbaan overleverde dat de gezant (saw) heeft gezegd. "De naties staan om het punt om jullie aan te vallen net zoals hongerige een bord met eten aanvallen." Iemand vroeg de gezant: "Komt dat omdat wij in de minderheid zullen zijn gezant van Allah?" De gezant antwoordde: 'Wel nee! Jullie zullen met zijn velen zijn, Jullie zullen op uitschot van een vloeistof lijken. Allah zal de vrees uit de boezems van de ongelovigen wegnemen en Allah zal in jullie harten 'wahn' werpen.' Iemand vroeg de gezant (saw): 'en wat betekent 'wahn', gezant van Allah?' De gezant antwoordde: 'wahn' betekent: 'hechten aan het leven en verafschuwen van de dood."  (Overgeleverd door Aboe Dawoed en Ahmed.)

over hadith..