|
Inleiding
Wat de wereld vandaag de dag ervaart is een wederopleving van Islam. Een van de uitingen hiervan is de waarneming dat de moslims overal zich inspannen om Islam het kernpunt van hun leven te laten zijn, waarvoor zij proberen hun begrip van en kennis over de religie te verbeteren. Het begrip van de religie heeft te maken met het doel van de religie, oftewel de reden voor de komst van de religie. Dit is een onderwerp van studie dat zich bezig houdt met de ‘aqieda (basisidee, credo) van Islam. Het behelst de zoektocht naar antwoorden op vragen als "waarom ben ik geschapen?" en "wat moet ik doen in mijn leven?". Hiernaast heeft de kennis van de religie te maken met de wetenschappen die horen bij de religie. Deze wetenschappen stellen de mens in staat het leven tot in detail te ordenen op de manier die past bij de antwoorden op deze vragen. Met andere woorden, de ‘aqieda van Islam zegt de mensen dat zij geschapen zijn door Allah (swt) ter Zijner aanbidding; dat aanbidding betekent het volgen van Zijn (swt) geboden en verboden in alles; en dat ieder mens op de komende Dag des Oordeels beoordeeld zal worden op basis van de mate waarin hij zich heeft gehouden aan deze geboden en verboden. De wetenschappen die horen bij de religie stellen de mensen dan in staat om te bepalen wat precies de geboden en verboden van Allah (swt) zijn.
De meest elementaire Islamitische wetenschap is de tak die zich bezig houdt met het begrijpen van de Koran, het Woord van Allah (swt). Dit natuurlijk daar de religie Islam zelf een aanvang neemt met de Koran, want gans de religie is gebouwd op de Koran en alles resulteert uit de Koran. Dit artikel is bedoeld om iets van inzicht te verschaffen in deze specifieke wetenschap genaamd Tafsier al Koran.
Doel van tafsier
Het Arabische woord tafsier is afkomstig van de stam fa-sa-ra, wat "uitleggen" en "uiteenzetten" betekent. In de context van Tafsier al Koran betekent het woord tafsier "uitleg" van de Koran, "interpretatie" van de Koran en "becommentariëring ter verduidelijking" van de Koran. Met andere woorden, het doel van de Islamitische wetenschap van Tafsier al Koran is om de Koran te verklaren en te verduidelijken. Degene die tafsier verricht wordt moefassir genoemd, het meervoud waarvan is moefassiroen.
Tafsier bil ma'athoer
Twee methoden kunnen onderscheiden worden waarvolgens men de Koran verklaren en verduidelijken kan. Onder de eerste methode wordt gezocht naar betrouwbare overleveringen die helpen de verzen van de Koran te verklaren en te verduidelijken. De Koran zelf is de meest vooraanstaande bron van tafsier, aangezien de Koran verzen kent die uitleggen wat andere verzen betekenen. Uitleg van de Koran door middel van de Koran is daarmee de eerste vorm van tafsier. Een voorbeeld hiervan:
"Viervoetige dieren buiten die welke u zijn aangegeven, zijn u geoorloofd" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 1)
In dit vers zegt Allah (swt) dat buiten enkele uitzonderingen, al de viervoetige dieren gegeten mogen worden door de moslims. Maar de vraag is dan natuurlijk, wat precies zijn deze uitzondering? In een ander vers van de Koran wordt deze vraag beantwoord:
"Verboden is u het gestorvene, het bloed en het varkensvlees en al waarover een andere naam dan die van Allah is aangeroepen; hetgeen is geworgd en is doodgeslagen en hetgeen is doodgevallen of hetgeen door de horens van dieren is gedood en hetgeen door een wild beest is aangevreten, behalve wat gij hebt geslacht. Verder hetgeen voor afgoden is geslacht en wat gij loot door pijlen, dit is een overtreding." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 3)
Door dit tweede vers wordt de vraag die resulteert uit vers 5:1 beantwoord. Oftewel, hier verklaart en verduidelijkt de Koran een vers van de Koran. Dit is derhalve een voorbeeld van de eerste methode van tafsier.
Er is nog een andere vorm van dezelfde methode van tafsier. Dit zijn de verklaringen en verduidelijkingen van de Koran door de Profeet van Islam (saw). De Profeet van Islam (saw) was degene die geïnspireerd werd door Allah (swt) met de Koran, die de kennis over de Koran was gegeven door Allah (swt), en die deze Koran tot de mensen bracht. Er zijn verschillende gebeurtenissen bekend waar hij (saw) om uitleg van de Koran werd gevraagd, ter verklaring en verduidelijking van hetgeen hij (saw) gebracht had. Bijvoorbeeld worstelden de mensen met het volgende vers, want zij wisten niet precies wat hieruit te begrijpen:
"Zij die geloven en hun geloof niet met onrechtvaardigheid vermengen - dezen zijn het, die vrede zullen hebben want zij zijn recht geleid." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al An'am 6, vers 82)
De mensen vroegen de Profeet (saw) wie precies deze mensen waren, en wat het precies is dat zij doen. De Profeet (saw) legde hen toen uit dat de "onrechtvaardigheid" hier sjirk, het genotengeven aan Allah (swt), betekent:
"Ken geen medegoden aan Allah toe; afgoderij is inderdaad een grote onrechtvaardigheid." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Loeqmaan 31, vers 13)
Een ander voorbeeld betreft het vers dat duidelijk maakt op welk moment van de dag de moslims moeten vasten:
"en eet en drinkt, totdat bij de dageraad de witte draad zich onderscheidt van de zwarte draad." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 187)
Sjeich As Soejoeti beschrijft een overlevering waarin een moslim de Profeet (saw) vroeg: "Oh Boodschapper van Allah! Wat betekent "totdat (...) de witte draad zich onderscheidt van de zwarte draad"? Zijn dit twee draden?". De Profeet (saw) antwoordde:
Je bent niet intelligent indien je naar twee draden gaat kijken. Nee, het is het donker van de nacht en het wit van de dag.
Met andere woorden, de Profeet (saw) verklaarde en verduidelijkte het vers door aan te geven dat het betekent dat gegeten en gedronken mag worden totdat het wit van de dag, dat zich in eerste instantie als een dun draad aan de horizon vertoont, zichtbaar wordt. De Soenna van de Profeet van Islam (saw) is derhalve eveneens een bron van tafsier, want veel ervan verklaart en verduidelijkt de Koran.
Deze vormen van tafsier, de tafsier op basis van de Koran en de tafsier op basis van de Soenna, gaan in feite terug tot de bron van de Openbaringen om deze te verklaren. Zij gaan terug tot Allah (swt) zelf, want de Koran is het Woord van Allah (swt) die de Profeet (saw) geopenbaard gekregen heeft en die door de sahaba (metgezellen) en al de generaties moslims sindsdien bewaard en verder verkondigd is. De Soenna is eveneens wahi (openbaring) van Allah (swt), enkel gebruikt de Profeet (saw) hier zijn eigen woorden om deze boodschap van Allah (swt) aan de mensen bekend te maken. Ook deze openbaringen zijn door de sahaba en al de generaties moslims sindsdien bewaard en verder verkondigd. Beide vormen van verklaring en verduidelijking van de Koran zijn dus overleveringen die tot ons gekomen zijn middels de sahaba, de opvolgers van de sahaba, en al de generaties moslims sindsdien. Voor deze reden wordt de methode van verklaren en verduidelijken van de verzen van de Koran middels de Koran en de Soenna tafsier bil ma'athoer genoemd, of ook wel tafsier bil riwaya. Het is tafsier op basis van overlevering.
Naast verklaringen van het Woord van Allah (swt) door het Woord van Allah (swt) en de wahi van Allah (swt) volgens de woorden van de Profeet (saw), bestaan ook een groot aantal overlevering ter verklaring en verduidelijking van de Koran afkomstig van de sahaba en hun opvolgers de tabi'ien. Bijvoorbeeld is overgeleverd dat ‘Oemar bin Al Chattab eens op de minbar (preekstoel) stond, en reciteerde:
"Of dat Hij hen mag grijpen met tachawwoef?" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nahl 16, vers 47)
Hierna vroeg hij de mensen naar de betekenis van tachawwoef, waarop een man van Hoedhayl zei: "Voor ons betekent het de geleidelijke neergang", waarmee ‘Oemar instemde. Hierdoor, door deze verduidelijking van de betekenis van een woord van de Koran, werd de betekenis van het vers verduidelijkt voor de mensen:
"Of dat Hij hen geleidelijk aan ten onder zal doen brengen?" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nahl 16, vers 47)
Een ander voorbeeld waar de sahaba de Koran verklaarden en verduidelijkten zonder tot de Koran of de Soenna terug te gaan betreft wederom ‘Oemar bin Al Chattab. ‘Oemar was gebruikelijk om Ibn ‘Abbas uit te nodigen bij vergaderingen van de vooraanstaande mannen van Madina, alhoewel Ibn ‘Abbas op dat moment nog heel jong was. Sommigen van de mensen aanwezig bij deze vergadering klaagden hierover en zeiden: "Waarom breng je deze jongen bij ons, terwijl wij zoons hebben van zijn leeftijd?". ‘Oemar antwoordde: "Vanwege wat jullie weten van zijn positie (oftewel zijn kennis van Islam)". ‘Oemar bracht de mensen daarop een keer tezamen specifiek om hen de kennis van Ibn ‘Abbas te tonen. ‘Oemar vroeg hen in aanwezigheid van Ibn ‘Abbas het volgende vers uit te leggen:
"En wanneer de hulp van Allah komt, en de overwinning, en je de mensen in groepen de religie van Allah binnen ziet treden" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nasr 110, vers 1 - 2)
Sommigen zeiden: "We zijn opgedragen om Allah (swt) te verheerlijken en om Zijn (swt) vergiffenis te vragen, toen de hulp van Allah (swt) en Zijn overwinning kwamen". Anderen bleven stil en zeiden niets. Ibn ‘Abbas zei: "Daarop vroeg ‘Oemar me: "Ben je het hiermee eens, o Ibn ‘Abbas?". Ik antwoordde: "Nee". Hij zei: "Wat denk jij dan?". Ik antwoordde: "Het is een aankondiging van de dood van de Boodschapper van Allah (saw). Want als de mensen in groepen de religie binnentreden dan betekent dit dat de missie van de Profeet volbracht is". ‘Oemar zei: "Ik weet niets anders dan hetgeen jij nu juist gezegd hebt"."
Dit zijn voorbeelden waar de sahaba tafsier hebben gedaan op de Koran zonder terug te gaan tot de Koran of de Soenna. De reden hiervoor is dat lang niet al de verzen van de Koran door de Koran en de Soenna verklaard en verduidelijkt worden. In dergelijke gevallen gebruikten de sahaba hun diepe kennis van de Arabische taal, waar deze generatie Arabieren (moslim en niet-moslim) bekend voor zijn, om de Koran te verklaren en te verduidelijken (het voorbeeld van ‘Oemar). En zij gebruikten hun intellectuele capaciteit en kennis van Islam om de Koran te verklaren en te verduidelijken (het voorbeeld van Ibn ‘Abbas).
De reden dat zij aldus deden is dat de Koran een boek is dat gebruik maakt van de meest verheven vorm van de Arabische taal. Niet enkel hetgeen gezegd wordt maar ook de manier waarop het gezegd wordt en de manier waarop het niet gezegd wordt, betekent veel in geval van de Koran. Nu, alhoewel de kennis van het Arabisch in het algemeen heel hoog was onder de Arabieren van deze generatie, sprak de ene persoon deze taal toch beter dan de ander. De ene begreep de Koran dus ook beter dan de ander. Anderzijds, omdat de ene persoon van hoger intellectueel niveau was dan de ander, begreep de ene meer uit een vers van de Koran dan de ander. Derhalve bespraken de moslims onder elkaar de verzen van de Koran, op zoek naar het correcte begrip van de verzen. Zij gebruikten hiervoor de verklaringen en verduidelijkingen geboden door de Koran, en de verklaringen en verduidelijkingen van de Soenna, maar waar dezen niet beschikbaar waren - en dit is zoals gezegd de situatie voor een meerderheid van Koranverzen - daar vertrouwden zij op hun kennis van het Arabisch en hun intellectuele capaciteit om de verzen te verklaren en te verduidelijken.
Vanzelfsprekend gaat in dit begrip van de sahaba van de verzen van de Koran veel wijsheid schuil. Want de generatie van de sahaba was de absolute top in de capaciteit tot omgang met de Arabische taal. Hiernaast zijn zij in Islam onderwezen geworden door de Profeet (saw) zelf. Zij hebben met de Profeet (saw) samen geleefd en zij hebben tezamen met hem (saw) de gebeurtenissen beleefd die resulteerden in de Openbaringen. Vanwege deze bijzondere positie van de sahaba worden de meningen van de sahaba betreffende de betekenis van de verzen van de Koran, daar waar zij gebruik maakten van hun intellect, hun kennis van Islam en hun kennis van het Arabisch om de verzen te verklaren en te verduidelijken omdat er in de Koran en Soenna geen verklaring en verduidelijking beschikbaar was, gezien als een gezaghebbende bron van verklaringen van de Koran op zichzelf. En wel als de op twee na meest gezaghebbende bron, na de Koran en de Soenna. De overleveringen van de meningen van de sahaba ter verklaringen en verduidelijking van de Koran worden derhalve over het algemeen gerekend ook tot tafsier bil ma'athoer, de verklaring en verduidelijking van de Koran op basis van overlevering.
De opvolgers van de sahaba, de tabi'ien, zetten de discussie over de betekenis van de verzen van de Koran waarvoor geen verklaring en verduidelijking in de Koran of de Soenna bestond, voort. Omdat zij Islam geleerd hebben van de sahaba worden ook hun meningen over het algemeen gezien als gezaghebbende bronnen van tafsier op zichzelf, en dus eveneens als een bron van tafsier bil ma'athoer.
Tafsier bil ra'y
Echter, de technische term voor de activiteit die de sahaba en tabi'ien verrichten ter verklaring en verduidelijking van de Koran is tafsier bil ra'y. Tafsier bil ra'y, ook wel tafsier bil diraya genoemd, is waar de menselijke intellectuele capaciteit gekoppeld wordt aan ondermeer kennis van Islam, kennis van de geschiedenis rondom de openbaringen van Islam (asbab an noezoel) en kennis van de Arabische taal, om de verzen van de Koran te kunnen verklaren en verduidelijken die niet door de Koran of de Soenna zijn verklaard. Dit is effectief wat de sahaba en de tabi'ien deden wanneer in de bronnen van Koran en Soenna geen verklaring en verduidelijking van de Koran beschikbaar was. Het is enkel vanwege hun vooraanstaande positie en capaciteit dat deze meningen op zichzelf gezien worden als bron van verklaring en verduidelijking. Hun activiteit was tafsier bil ra'y, met andere woorden, maar het resultaat van hun activiteit wordt gerekend tot tafsier bil ma'athoer.
Een deel van de geleerde van Islam is van mening dat tafsier bil ra'y voor de moslims van vandaag de dag een verboden activiteit is. Haram. Hun argumenten zijn ondermeer de stelling dat de sahaba en de tabi'ien een bijzondere positie ingenomen hebben in termen van kennis en begrip van zowel Islam als het Arabisch, die niet door de generaties na hen evenaart kan worden. Zij halen verder overleveringen van de Profeet (saw) aan ter argumentatie van hun mening, zoals:
Overgeleverd is dat de Profeet (saw) gezegd heeft: Wie spreekt over het boek van Allah met zijn eigen mening maakt een fout, zelfs wanneer hij de waarheid spreekt (wanneer het vers wordt correct uitgelegd). (Tirmidhi, Aboe Dawoed)
Of, overgeleverd van Ibn ‘Abbas is dat de Profeet (saw) gezegd heeft:
Wie iets zegt over de Koran zonder kennis, hij heeft zijn plaats in het Hellevuur. (Tirmidhi)
Deze laatste hadith wordt door deze geleerden uitgelegd als betekenende dat iemand die niet van de sahaba of de tabi'ien is niet mag proberen de Koran uit te leggen, omdat hij in vergelijking met de sahaba en de tabi'ien als zonder kennis is.
De eerste hadith, echter, wordt door veel geleerden als dha'ief (zwak, meest waarschijnlijk niet origineel, en dus niet geschikt voor argumentatie) betiteld 1. Voor wat betreft de tweede hadith wijzen veel geleerden op het feit dat voor wat betreft halal (toegestaan in Islam) en haram (verboden in Islam) de sahaba en de tabi'ien niet een positie van uitzondering innemen. Wat voor hen geldt, geldt ook voor ons. Dat de sahaba en de tabi'ien de activiteit van tafsier bil ra'y hebben ondernomen betekent volgens hen dan ook dat deze activiteit voor al de moslims toegestaan is, wanneer de moslim over de capaciteit hiertoe beschikt. Want, zeggen deze geleerden, de hadith van Ibn ‘Abbas wil zeggen dat iemand zonder diepe kennis van Islam en het Arabische niet mag proberen de Koran uit te leggen. Niet dat niemand buiten de sahaba en tabi'ien mag proberen de Koran uit te leggen. Bovendien wijzen deze geleerden op andere overleveringen van de Profeet, zoals:
De Profeet (saw) stuurde Moe'adh Bin Djebbel als wali (gouverneur) naar Jemen. Hij vroeg hem: Volgens wat zul je regeren? "Volgens het Boek van Allah", antwoordde Moe'adh. En als je daarin niets vindt? "Dan volgens de Soenna van de Boodschapper van Allah". En als je daarin niets kunt vinden? "Dan zal ik mij inspannen om een eigen oordeel te vormen (op basis van Koran en Soenna, oftewel ijtihad verrichten)". De Profeet (saw) was tevreden met dit antwoord en zei: Geprezen zij Allah die de boodschapper van de Profeet heeft geleid tot datgene wat de Profeet behaagt. (Boechari)
Deze geleerden stellen, met andere woorden, dat het ook de moslims van nu is toegestaan om aan tafsier bil ra'y te doen waar en wanneer de Koran en de Soenna een vraag betreffende de Koran niet beantwoord hebben. Zij stellen dat de moslims van nu net zo mogen doen als de sahaba en de tabi'ien, en dat de meningen van de sahaba ter verklaring en verduidelijking van de Koran behandeld moeten worden net zoals de meningen van anderen die, gebruik makend van hun intellect, kennis van Islam en de Arabische taal, proberen te begrijpen wat precies bedoeld wordt in de verzen van de Koran. Zij moeten beoordeeld worden op basis van hun argumenten voor hun mening, en de mening met de beste argumenten moet dan geaccepteerd worden als de beste verklaring en verduidelijking. Volgens hen is tafsier bil ra'y dus de tweede methode waarvolgens de Koran verklaart en verduidelijkt kan worden.
Voor alle duidelijkheid, tafsir bil ra'y betekent niet dat het vers de betekenis gegeven wordt die men graag wil. Dit is een misdaad tegenover Alah (swt) in alle gevallen. Onder tafsier bil ra'y wordt gekeken eerst naar de mogelijke betekenissen van het vers, oftewel de betekenissen die het Arabisch van het vers mogelijk laten zijn, waarna een keuze voor één van deze betekenissen wordt gemaakt. Dus tafsir bil ra'y betekent niet het verzinnen van een betekenis van een vers, het betekent het kiezen van één van de mogelijke betekenissen op basis van argumentatie.
Vereisten voor de moefassir
De eerste vereiste voor de moefassir is dat hij Islam goed kent en op de juiste manier begrijpt, als de door Allah (swt) geopenbaarde religie die als doel heeft de mensen te laten weten hoe zij moeten leven.
Verder, iemand die moefassier wil zijn moet de Koran kennen, omdat de Koran soms immers de Koran verklaart. Dit omvat ondermeer kennis van de redenen van openbaringen (asbab an noezoel) van de verzen van de Koran, want een vers kan enkel goed begrepen worden wanneer men weet bij gelegenheid het geopenbaard is geworden. Het omvat ook kennis betreffende nasig en mansoeg (kennis van geboden en verboden in verzen die zijn opgeheven door later geopenbaarde verzen).
Aangezien tafsier bil ma'athoer ook gebaseerd is op overleveringen uit de Soenna is het noodzakelijk dat de moefassir beschikt over uitgebreide kennis in ‘ilm oel hadith, de wetenschap van overleveringen. Hij moet de ahadith kennen. Hij moet de ketenen van overlevering kennen. Hij moet de personen kennen die in de ketenen van overlevering genoemd worden (hun biografieën). Hij moet weten welke ahadith betrouwbaar zijn en welke verzinsels zijn. Mogelijk zelfs moet hij weten hoe een hadith beoordeeld moet worden op betrouwbaarheid, zodat hij voor zichzelf kan beslissen of een overlevering ter verklaring en verduidelijking van de Koran betrouwbaar is of niet. Dit is zeer belangrijk om dat niet zelden de tradities en overleveringen van joden en christenen gebruikt werden om bepaalde verzen van de Koran te proberen te verklaren en verduidelijken. Want tijdens de eerste generaties van Islam traden ook verscheidene geleerden van de thora en de bijbel Islam binnen, sommigen waarvan niet altijd even oprecht waren maar dit deden om joodse en/of christelijke vertellingen geaccepteerd te krijgen door de moslims. Zo is het gekomen dat veel verzen van de Koran middels deze vertellingen verklaard zijn geworden, wat bekend is geworden als tafsier middels israëliyya overleveringen. Het is noodzakelijk om uitgebreid bekend te zijn met ‘ilm oel hadith om de verklaringen en verduidelijkingen uit deze bronnen te kunnen identificeren om ze buiten de serieuze gesprekken over de Koran te kunnen houden, omdat de juistheid van deze overleveringen uit thora en bijbel niet bevestigd kan worden.
De moefassier moet eveneens uitgebreid bekend zijn met de Arabische taal in al haar facetten. Hij moet de grammatica kennen, alsmede de uitdrukkingen en spreekwijzen die de Arabieren gebruiken en hun betekenissen. Dus moet hij bekend zijn met de proza en poëzie van de Arabieren, omdat dezen duidelijk maken wat Arabische woorden en gezegden betekenen voor de Arabieren.
Ten slotte moet de moefassir bekend zijn met fiqh (jurisprudentie) en ‘oesoel oel fiqh (methode van jurisprudentie).
Tafsier versus Ta'awiel
Vooral tegenwoordig worden tafsier en ta'awiel als afzonderlijke wetenschappen gezien, waar de eersten van moefassier de woorden nog als synoniemen gebruikten. Volgens At Tabari, bijvoorbeeld, betekenen tafsier en ta'awiel hetzelfde en hij gebruikt deze woorden dan ook door elkaar bij hetzelfde onderwerp. Anderen gebruiken tafsier om tafsier bil ma'athoer aan te duiden, en ta'awiel voor tafsier bil ta'y. Weer anderen stellen dat tafsier zich bezighoudt met de verzen die bestaan uit woorden die allen slechts één mogelijke betekenis kennen, terwijl ta'awiel zich bezighoudt met het verklaren en verduidelijken wanneer een woord van de Koran verschillende mogelijke betekenissen kent in de Arabische taal. Dan zijn er ook geleerden volgens wie tafsier zich bezig houdt met de betekenis van individuele woorden, en volgens wie ta'awiel zich bezig houdt met de betekenis van zinnen. En dan zijn er geleerden die stelen dat tafsier zich bezig houdt met de betekenis van het vers, terwijl ta'awiel zich bezig houdt met de bedoeling achter de betekenis van het vers. Zoals in het voorbeeld:
"En Allah is goed op de hoogte van hetgeen gij doet." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 115)
De betekenis van deze woorden is dat Allah (swt) weet al hetgeen ieder mens doet (tafsier). Voor wat betreft de mogelijke bedoeling van het vers kan gezegd worden dat Allah (swt) wil dat de mensen weten dat Hij (swt) van alles op de hoogte is om hen aan te sporen op ieder moment zijn geboden en verboden te volgen (ta'awiel).
Tegenwoordig wordt tafsier gebruikt wanneer de verklaring en verduidelijking zich bezig houdt met een vers dat vanwege de Arabische taal die gebruikt is slechts één enkele betekenis toegewezen kan worden . Ta'awiel is dan de benaming voor de verklaring en verduidelijking van al de verzen wiens Arabische taal die verschillende dingen kunnen betekenen.
1 De keten van overlevering van de hadith bevat Soehayl ibn Abi Hazm, die volgens Tirmidhi, Ahmad, Boechari en An Nasaa'i en Al Albaanie onbetrouwbaar is. Zie: www.seekingilm.com/archives/64
|