|
Introductie
Het Arabische woord hidaya betekent volgens het woordenboek "de juiste pad vinden, de weg wijzen". In de Islamitische terminologie betekent hidaya "Islam vinden en erin geloven". Dalala heeft de tegenovergestelde betekenis. Het vraagstuk hidaya wa dalala behoort tot de ‘aqieda van Islam. Het begrip hiervan beïnvloed namelijk de manier waarop de moslim kijkt naar het leven. Alhoewel hidaya wa dalala niet moeilijk is om te begrijpen, is het tegelijkertijd makkelijk om hidaya wa dalala verkeerd te begrijpen. De uiting hiervan is dat moslims soms beweren dat Allah (swt) de mensen die moslim worden uitkiest en hen Islam geeft, terwijl de moslims op andere momenten de mensen prijzen omdat zijzelf Islam hebben gekozen.
De reden hiervoor is dat de Koran soms tegenstrijdige informaties lijkt te geven over hidaya en dalala. De bedoeling van dit artikel is dan ook om de verschillende berichten over hidaya wa dalala naast elkaar te plaatsen, opdat alle berichten op de juiste manier begrepen mogen worden. Dus dat het vraagstuk hidaya wa dalala juist begrepen wordt, en dus dat de moslims op de juiste manier naar het leven zullen kijken.
"De hidaya en dalala worden gegeven"
Er zijn verzen in de Koran die erop lijken te wijzen dat Allah (swt) mensen tot hidaya of dalala dwingt. Dit zijn ondermeer de volgende verzen:
"En degenen die niet geloven, zeggen: ‘Waarom is hem (de profeet) geen teken van zijn Heer nedergezonden?' Zeg: ‘Allah laat diegene dwalen die Hij wil en leidt tot Zichzelf degene die zich bekeert'." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Ar Rad 13, vers 27)
"Hij doet dwalen wie Hij wil en Hij leidt wie Hij wil. Laat uw ziel dus niet wegkwijnen uit verdriet over hen" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Fatir 35, vers 8)
"Dan laat Allah dwalen wie Hij wil en leidt wie Hij wil" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Ibrahim 14, vers 4)
"Maar Hij laat hem die wil dwalen en leidt hem die dit wenst" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nahl 16, vers 93)
"Wie Allah ook wenst te leiden, Hij verruimt zijn hart voor de Islam en wie Hij wenst te laten dwalen, zijn hart maakt Hij eng en gesloten alsof hij een hoogte aan het beklimmen was. Zo legt Allah degenen die niet geloven, onreinheid op." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al An'am 6, vers 125)
"Allah laat wie Hij wil dwalen en Hij plaatst op het rechte pad wie Hij wil." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al An'am 6, vers 39)
"Allah is het, Die tot de waarheid leidt" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Joenoes 10, vers 35)
"Alle lof komt Allah toe, Die ons hiertoe heeft geleid. En als Allah ons niet had terechtgewezen, hadden wij geen leiding kunnen vinden" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al ‘Araf 7, vers 43)
"Hij die door Allah wordt geleid, wordt juist geleid doch degene, die Hij laat dwalen, voor hem zult gij stellig geen vriend en leidsman vinden" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Kahf 18, vers 7)
"Waarlijk, gij zult hen die gij wilt niet kunnen leiden, maar Allah leidt wie Hij wil; en Hij kent hen het beste die geleid willen worden." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Qasas 28, vers 56)
Als men enkel naar de woordenboekbetekenis van deze verzen kijkt dan is het eenvoudig om uit deze verzen te begrijpen dat Allah (swt) de mensen tot hidaya of dalala heeft gedwongen. Alleen als Allah (swt) het wil komt de mens tot hidaya, lijken zij allen te zeggen.
"Voor hidaya en dalala wordt gekozen"
Andere verzen in de Koran, daarentegen, lijken erop te wijzen dat de mens zelf kiest tussen hidaya en dalala:
"Degene die de rechte weg volgt, volgt deze slechts voor zijn eigen heil en hij die dwaalt, dwaalt alleen tegen zichzelf" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Israa 17, vers 15)
"Hij die dwaalt kan u niet schaden wanneer gij juist geleid zijt" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Maida 5, vers 105)
"Hij die deze leiding volgt, volgt haar ten bate van zijn eigen ziel en wie dwaalt, dwaalt ten nadele van haar" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Joenoes 10, vers 108)
"Dezen zijn het, die de rechte weg volgen" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 157)
"En de ongelovigen zullen zeggen: ‘Onze Heer, toon ons degenen der djinn en der mensen die ons deden dwalen'." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Foessilat, vers 29)
"Zeg: ‘Als ik dwaal, dwaal ik slechts door mijzelf'." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Saba 34, vers 50)
"Wie is dan onrechtvaardiger dan hij die een leugen over Allah bedenkt om de mensen zonder kennis te doen dwalen" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al An'am 6, vers 144)
"En slechts de schuldigen deden ons dwalen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Asj Sjoaraa 26, vers 99)
"Onze Heer, dezen deden ons dwalen" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al ‘Araf 7, vers 38)
"Een deel der Mensen van het Boek zou u gaarne willen doen dwalen, maar zij doen niemand dwalen dan zichzelf; en zij beseffen het niet." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Imraan 3, vers 69)
"Want als Gij hen achterlaat zullen zij Uw dienaren op een dwaalspoor leiden" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Noeh 71, vers 27)
"Voor ieder die hem tot vriend neemt is verordend, dat hij hem zal verleiden en naar de straf van het Vuur voeren" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Hadj 22, vers 4)
"En Satan wenst hen ver van het rechte pad te doen afdwalen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisa 4, vers 60)
In deze verzen wordt er gezegd dat het kiezen voor hidaya of dalala een daad van de mens is. Een mens brengt zichzelf ofwel op het goede pad ofwel op het slechte pad.
De realiteit van het bestaan
Inderdaad is het eenvoudig om deze informatie betreffende hidaya en dalala afkomstig van Allah (swt) verkeerd te begrijpen. De eerste groep verzen lijken te willen zeggen dat de mens door Allah (swt) tot het volgen van hidaya danwel dalala gedwongen wordt, terwijl de tweede groep verzen lijken te willen zeggen dat de mens zelf kiest voor het volgen van hidaya danwel dalala. Om deze kwestie op te kunnen lossen is het van belang dat een aantal feiten betreffende het bestaan in ogenschouw genomen worden.
Ten eerste, de realiteit van het menselijk leven is dat Allah (swt) de Schepper van al hetgeen bestaat is. Hij (swt) is derhalve Degene die de hidaya en dalala heeft laten bestaan. Zonder Hem (swt) is er immers geen bestaan. Hij (swt) heeft tot de mensen de Rechte Leiding gezonden, middels Profeet (saw) Mohammed en Islam, en Hij (swt) heeft de Satan geschapen die de mensen probeert te misleiden tot de dalala.
"Alle lof komt Allah toe, de Schepper der hemelen en der aarde, Die de engelen tot boodschappers maakt met twee, drie en vier vleugelen. En Hij voegt aan de schepping toe wat Hij wil; want Allah heeft macht over alle dingen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Faatir 35, vers 1)
Ten tweede, Allah (swt) zegt:
"Hebben Wij hem dan niet de twee hoofdwegen getoond?" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Balad 90, vers 10)
Waarnaar hier verwezen wordt is dat Allah (swt) de mens heeft geschapen met een aanbiddingsinstinct dat hem ertoe drijft om te zoeken naar iets ter aanbidding. Tegelijkertijd heeft Allah (swt) de mens geschapen met een verstand. Hierdoor is de mens in staat Degene te vinden die het als enigste waard is om te aanbidden. Dit is Degene die Almachtig is, Degene die verantwoordelijk is voor het bestaan van de schepping, en Degene tot wie de ganse schepping teruggebracht zal worden. Met andere woorden, Allah (swt) heeft de mensen geschapen met de capaciteit om de hidaya te onderscheiden van de dalala.
Ten derde, niets op deze aarde kan plaats vinden zonder de Wil van Allah (swt), en Allas wat Allah (swt) wil zal plaats vinden. Dit betekent ook dat niemand het goede of het slechte pad kan kiezen zonder dat Allah (swt) het toelaat. Want niets zal plaats kunnen vinden zonder dat Hij (swt) het toelaat. Als de mens iets wil, maar Hij (swt) wil niet dat het gebeurt, dan zal het niet gebeuren. En als de mens iets niet wil, maar Hij (swt) wil dat het gebeurt, dan zal het gebeuren.
Ten vierde ten slotte, op de Dag des Oordeels zal Allah (swt) de mensen ondervragen. Degene die op het goede pad zitten zal Hij (swt) belonen en degene die op het verkeerde pad zitten zal Hij (swt) straffen:
"Wie goed doet, doet dit voor zijn eigen ziel; en wie kwaad bedrijft, het is er tegen. En uw Heer is in het geheel niet onrechtvaardig jegens Zijn dienaren." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Foessilat 41, vers 46)
"Wie ter grootte van een atoom goed deed, zal dit aanschouwen. En wie ter grootte van een atoom kwaad deed, zal ook dat aanschouwen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Az Zalzala 99, vers 7 - 8)
"Maar hij die goede werken verricht en gelovig is, behoeft geen ongerechtigheid of verlies te vrezen." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Taha 20, vers 112)
"Wie kwaad doet zal er voor worden gestraft en hij zal buiten Allah vriend, noch helper vinden." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nisa 4, vers 123),
"Allah belooft de huichelaars, mannen en vrouwen en de ongelovigen het Vuur der hel, waarin zij zullen vertoeven" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Tauba 9, vers 68)
Met andere woorden, voor wie de hidaya volgt is er uiteindelijk de beloning van het Paradijs, terwijl er voor degene die de dalala volgt als bestemming enkel de Hel is. Hieruit blijkt een probleem zou men ervoor kiezen de eerste groep verzen (die lijken te willen zeggen dat de mens wordt gedwongen tot hidaya en dalala) volgens hun woordenboekbetekenis te begrijpen. Immers, als we beweren dat Allah (swt) mensen tot hidaya of dalala dwingt, wil dat zeggen dat Allah (swt) onrechtvaardig is tegen ongelovigen (koeffaar), huichelaars (moenafiqien) en de opstandigen. Als Allah (swt) de mensen zou dwingen tot hidaya of dalala, dan zou Hij (swt) de mensen niet mogen belonen of straffen. Als Hij (swt) dit wel zou doen dan zou Hij (swt) onrechtvaardig zijn. Terwijl we weten dat Allah (swt) niet in het minst onrechtvaardig is.
"En uw Heer is in het geheel niet onrechtvaardig jegens Zijn dienaren." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Foessilat 41, vers 46)
"Ik ben in het geheel niet onrechtvaardig jegens Mijn dienaren" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Kahf 18, vers 29)
Integendeel, Allah (swt) is de Meest Rechtvaardige zelfs:
"Is Allah niet de Meest Rechtvaardige aller rechters?" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera At Tien 95, vers 8)
Het juiste begrip van hidaya en dalala op basis van de Koran
Het in verband brengen van hidaya en dalala met belonen en straffen maakt derhalve duidelijk dat hidaya en dalala niet tot de daden van Allah (swt) behoren, maar tot de daden van mensen. En het is dan ook niet juist om de verzen wiens woordenboekbetekenis lijkt te zeggen dat Allah (swt) de mensen dwingt tot het volgen van hidaya danwel dalala, ook aldus te begrijpen.
Wanneer Allah (swt) bijvoorbeeld zegt:
"Hij doet dwalen wie Hij wil en Hij leidt wie Hij wil. Laat uw ziel dus niet wegkwijnen uit verdriet over hen" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Fatir 35, vers 8)
, een vers dat begrepen kan worden als betekenende dat Allah (swt) de mensen kiest om te geloven of niet te geloven, dan moet dit als volgt begrepen worden:
Allah (swt) heeft de mensen de capaciteit gegeven om de hidaya te onderscheiden van de dalala. En Allah (swt) heeft de mensen de hidaya gegeven door voor hen Islam te openbaren, en het is met de Toestemming van Allah (swt) dat de dalala bestaat in dit leven. Allah (swt) is de Schepper van de hidaya en de dalala, met andere woorden. Allah (swt) is ook Degene die de mensen kennis kan laten maken met de hidaya, zodat zij ervoor kunnen kiezen deze te volgen danwel te negeren, of niet. Hierbij is het van belang de volgende verzen te aanschouwen. Allah (swt) zegt:
"Want Allah leidt het opstandige volk niet" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Saff 61, vers 5)
"Allah leidt het onrechtvaardige volk niet." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Saff 61, vers 7)
"En Allah leidt het ongelovige volk niet." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 264)
"Als gij (profeet) begerig zijt dat zij geleid zullen worden, weet dan dat Allah voorzeker degenen niet leidt, die (zich zelve) doen dwalen. Voor dezulken zijn er geen helpers." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera An Nahl 16, vers 37)
Deze verzen bschrijven een realiteit, en deze realiteit is dat de mensen die wreed zijn, die zondes plegen, die leugenaars zijn, en die de hidaya dus niet willen vinden, ook de hidaya niet zullen vinden. Want wanneer deze mensen de hidaya tegenkomen dan zullen ze hierin niet geïnteresseerd zijn want het zal hen niet bieden waarnaar zij verlangen. Dus ze zullen het negeren. Daarentegen, de goede mensen, de mensen die oprecht zoeken naar de hidaya zoals Profeet Ibrahiem (as) deed, deze mensen zullen de hidaya herkennen als hidaya wanneer ze deze tegenkomen. En Allah (swt) zal ervoor zorgen dat ze deze tegenkomen.
Dit is de betekenis van de verzen zoals:
"Dan laat Allah dwalen wie Hij wil en leidt wie Hij wil" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Ibrahim 14, vers 4)
Allah (swt) heeft alles klaargemaakt voor de mensen, opdat zij voor de hidaya kunnen kiezen en de Tevredenheid van Allah (swt) kunnen verdienen. Maar Allah (swt) kiest niet voor de mensen, dit doen zij zelf, en derhalve wordt de mens beloond danwel bestraft voor de keuze die hij maakt. En daarom zeggen de moslims dagelijks in hun gebed:
"Leid ons op het rechte pad" (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Fatiha 1, vers 6)
Het is een smeekbede tot Allah (swt), opdat Hij (swt) het degenen die de hidaya zoeken makkelijk zal maken om deze te vinden.
Als laatste blijven er dan nog verzen over die zeggen dat sommige mensen nooit de hidaya zullen vinden, zoals:
"Zeker, zij die (de Waarheid) verwerpen, het is hun om het even, of gij hen waarschuwt, of dat gij hen niet waarschuwt - zij zullen niet geloven. Allah heeft hun hart en oren verzegeld en over hun ogen is een sluier; hun wacht een zware straf." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Al Baqara 2, vers 6 - 7)
"En er werd aan Noach geopenbaard: ‘Niemand onder uw volk zal geloven, dan degenen die reeds hebben geloofd; treur daarom niet over hetgeen zij doen'." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Hoed 11, vers 36)
In deze verzen wordt er gezegd dat sommige mensen nooit in Islam zullen geloven. Dit is een nieuws voor wat betreft de toekomst, waarover alleen Allah (swt) kennis heeft. Maar dit wil niet zeggen dat dit feit vooraf door Allah (swt) bepaald is, en het moet dus ook niet begrepen worden in de zin dat Allah (swt) de gelovigen en ongelovigen in Islam aanwijst. Het wil enkel zeggen dat Allah (swt) iets al weet wat wij mensen niet weten. Dit zijn verzen die tot de profeten gericht zijn, die hen moeten troosten en bemoedigen. Ze moeten weten dat niet iedereen hen zal volgen ook al presenteren ze de hidaya, en ook al komen ze met duidelijke bewijzen. Opdat ze niet teleurgesteld zullen zijn wanneer sommige mensen zich ondanks alles toch van hen afkeren.
Conclusie
Het gevaar van een verkeerd begrip van de kwestie hidaya en dalala is dat het ertoe kan leiden dat de moslim zich niet langer geroepen voelt om de mensen uit te nodigen tot Islam. "Allah (swt) zelf kiest immers de gelovigen en ongelovigen uit", kan men namelijk denken. Maar dit is een onjuist begrip van de Koran, zo heeft het bovenstaande willen duidelijk maken. Allah (swt) heeft de hidaya en de dalala geschapen, en de mensen de capaciteit gegeven om de hidaya te herkennen. Hierna heeft Hij (swt) de moslims de opdracht gegeven om uit te nodigen tot Islam. Nu zullen sommige mensen, zij die de hidaya willen vinden, door Allah (swt) geleid worden tot het vinden van de uitnodiging tot Islam. Anderen, die niet geleid willen worden, zullen ook niet tot de hidaya geleid worden. Enkel Allah (swt) weet wie zij zijn, echter. De moslims weten niet wie deze mensen zijn die geleid willen worden, noch wie de mensen zijn die niet geleid willen worden. En dus moeten de moslims doorgaan met het uitnodigen tot Islam, omdat dit hun plicht is, en zich verheugen wanneer mensen de hidaya accepteren en niet teleurgesteld raken wanneer andere mensen ondanks alles kiezen voor de dalala.
|