vrijdag 10 februari 2012 In de naam van Allah, De Barmhartige De Erbarmer
Home
Missie & Visie
De weg naar geloof
Verklaringen
Pamfletten
Boeken
Intellectualisme
Definities&Termen
Wetgeving
Politiek
Multimedia
Koran
Hadith
Reacties
Van de lezers
Nieuws & Commentaar
Boek
Updates
Home arrow Hadith arrow De Lessen uit de Hadith: De oplossing voor de problemen van de oemma is enkel in Islam
De Lessen uit de Hadith: De oplossing voor de problemen van de oemma is enkel in Islam Afdrukken E-mail
dinsdag 12 februari 2008

Yazib bin Ziyad van Mohammed bin Ba'ab al Qoerazi vertelde me dat hem verteld was dat ‘Oetba bin Rabi'a, die een stamhoofd was, op een dag toen hij in een vergadering van Qoraiesj zat en de Profeet (saw) alleen zat in de moskee, zei: "Waarom zou ik niet naar Mohammed gaan en hem enkele voorstellen doen, waaronder, als hij deze accepteert, wij hem alles zullen geven en hij ons met rust laat?" Dit vond plaats nadat Hamza Islam had geaccepteerd en zij (Qoraiesj) bemerkten dat de volgelingen van de Profeet (saw) in aantal toenamen. Men vond dit een goed idee. ‘Oetba trok er op uit, ging zitten bij de Profeet (saw) en zei: "O mijn neef, jij bent één van ons zoals je weet, van onder de meest edelen van de stam en van voorname positie in onze stamboom. Jij bent tot je mensen gekomen met een belangrijke zaak, waardoor je hun gemeenschap hebt gesplitst. Je hebt hun gebruiken belachelijk gemaakt, je hebt hun goden en hun religie beledigd, en je beweert dat hun voorvaderen ongelovigen waren. Luister derhalve naar mij en ik zal enkele voorstellen doen. En misschien zul je enkelen van hen kunnen accepteren." De Profeet (saw) ging akkoord, en hij ging voort: "Als het geld is dat je wilt, dan zullen we onze bezittingen tezamen brengen en jouw de rijkste man onder ons maken. Als het eer is dat je wilt, dan zullen we je ons stamhoofd maken zodat niemand buiten jij iets kan beslissen. Als het het recht op het maken van wetten is dat je wilt, dan zullen we je onze koning maken. En als deze geest (Djibriel, vert.) die tot jouw komt, die jij ziet, zo is dat je hem niet kwijt kunt raken, dan zullen we een dokter voor je vinden en onze middelen uitputten om je hiervan te genezen. Want het gebeurt vaker een gelijkaardig geest bezit van iemand neemt, die hiervan dan genezen kan worden." De Profeet (saw) luisterde geduldig en zei: Luister nu naar mij. In de naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle:

"Haa Miem. Een openbaring van de Barmhartige, de Genadevolle. Een Boek waarvan de verzen zijn verklaard als duidelijke verkondiging voor mensen die kennis bezitten. Als drager van goede tijding en als waarschuwer. Maar de meesten hunner wenden zich af, zodat zij niet luisteren. Zij zeggen: ‘Onze harten zijn gesluierd voor datgene waartoe gij ons roept en er is doofheid in onze oren en tussen u en ons is een scherm. Daarom ga door met uw werk, wij werken ook'." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Foessilat 41, vers 1 - 5)

Hierna ging de Profeet (saw) verder met de voordracht tot hem (‘Oetba). Toen ‘Oetba het van hem hoorde, luisterde hij aandachtig. Hij deed zijn handen achter zijn rug en leunde op hen terwijl hij luisterde.

"Zeg: ‘Ik ben slechts een mens zoals gij. Het is mij geopenbaard dat uw God slechts één God is; weest derhalve oprecht jegens Hem en vraagt vergiffenis van Hem'. En wee de afgodendienaren. Die geen Zakaat geven en aan het Hiernamaals niet geloven. Wat hen betreft, die geloven en goede werken doen, zij zullen zeker een loon ontvangen dat nooit zal ophouden. Zeg: ‘Verwerpt gij werkelijk Hem Die de aarde in twee dagen schiep? En richt gij gelijken aan Hem op, hoewel Hij de Heer der Werelden is? Hij heeft de bergen daarop gesteld en heeft deze gezegend en er op (de aarde) de voedingsmiddelen bepaald, in vier dagen, gelijkelijk voor de zoekenden. Dan wendde Hij Zich tot de hemel terwijl deze een soort damp was en zeide hiertegen en tot de aarde: "Komt beiden, willens of onwillens". Zij zeiden: "Wij komen gewillig". Zo voltooide Hij hen als de zeven hemelen in twee dagen, en Hij wees elke hemel zijn werk aan. En Wij versierden de laagste hemel met lichten ter bescherming. Dat is de verordening van de Almachtige, de Alwetende'. Maar indien zij zich afwenden, zeg dan: ‘Ik waarschuw u voor een bliksemstraal, zoals de bliksem die Aad en Samoed achterhaalde'. Toen hun boodschappers van vóór hen en achter hen tot hen kwamen, zeggende: ‘Aanbidt niets dan Allah', zeiden zij: ‘Als onze Heer het had gewild, zou Hij beslist engelen hebben nedergezonden. Derhalve verwerpen wij datgene waarmede gij gezonden zijt'. Maar de Aad handelden ten onrechte laatdunkend op aarde en zeiden: ‘Wie is machtiger dan wij?'. Wisten zij niet dat Allah, Die hen schiep machtiger was dan zij? Doch zij plachten Onze tekenen te verwerpen. Daarom zonden Wij tegen hen een razende wind gedurende verscheidene noodlottige dagen, opdat Wij hen in dit leven de straf der vernedering mochten doen ondergaan. De straf van het Hiernamaals zal zeker nog vernederender zijn en zij zullen niet worden geholpen. En wat de Samoed betreft, Wij gaven leiding, maar zij verkozen blindheid boven het rechte pad, daarom trof hen de bliksem van de straf der vernedering, voor hetgeen Zij hadden verdiend. En Wij redden de gelovigen, die godvruchtig waren; Op de dag waarop Allah's vijanden, in groepen verdeeld naar het Vuur zullen worden gebracht, Tot zij het bereiken, zullen hun oren, ogen en huiden tegen hen getuigenis afleggen over wat zij plachten te doen. En zij zullen tot hun huiden zeggen: ‘Waarom getuigt gij tegen ons?'. Deze zullen antwoorden: ‘Allah Die alles heeft doen spreken - deed ook ons spreken. En Hij is het Die u de eerste keer schiep en gij zijt tot Hem teruggebracht. Gij waart niet in staat u te verschuilen, opdat uw oren, uw ogen en uw huiden geen getuigenis tegen u zouden afleggen, maar gij dacht, dat Allah onbekend was met het geen gij deedt. En deze gedachte van u, die gij over uw Heer koesterdet, heeft u tot verderf gebracht, daarom behoort gii tot de verliezers. Indien zij nu volharden, is het Vuur hun tehuis; en als zij om verontschuldiging vragen, behoren zij niet tot hen aan wie deze wordt verleend. Wij stelden gezellen (duivelen) voor hen aan, die hetgeen vóór hen en achter hen was schoonschijnend maakten, en het woord werd tegen hen van kracht, met de volkeren van djinn en mensen die vóór hen leefden. Zeker, zij waren verliezers. En de ongelovigen zeggen: ‘Luistert niet naar deze Koran, maar maakt leven daarbij opdat gij de overhand moogt krijgen'. Maar Wij zullen zeker de ongelovigen een strenge straf doen toekomen en Wij zullen hun slechtste daden vergelden. Dat is het loon van Allah's vijanden: het Vuur. Daar zullen zij een langdurig tehuis hebben; een vergelding, omdat zij Onze tekenen niet erkenden. En de ongelovigen zullen zeggen: ‘Onze Heer, toon ons degenen der djinn en der mensen die ons deden dwalen, opdat wij hen onder onze voeten mogen plaatsen zodat zij tot de vernederden behoren'. Voorzeker zij, die zeggen: ‘Onze Heer is Allah', en daarin standvastig blijven, op hen zullen de engelen nederdalen: ‘Vreest niet, noch treurt; maar verheugt u over het paradijs dat u wordt beloofd. Wij zijn uw vrienden in dit leven en in het Hiernamaals. Daarin zult gij alles krijgen wat uw ziel zal wensen, en daarna zult gij alles hebben waarom gij vraagt'. Als onthaal van de Vergevensgezinde, de Genadevolle. En wie spreekt beter woord dan hij die mensen tot Allah uitnodigt en goede werken doet en zegt: ‘Waarlijk, ik behoor tot de Moslims'. Het goede en kwade zijn niet gelijk. Daarom weerstaat (het kwade) door hetgeen best is. Dan ziet, degene met wie gij vijandschap hebt, hij zal als uw boezemvriend worden. Maar het is niemand gegeven behalve de geduldigen noch is het iemand gegeven behalve zij die een grote gave hebben. En als een ophitsing van Satan u treft, zoek dan toevlucht tot Allah. Waarlijk, Hij is de Alhorende, de Alwetende. En onder Zijn tekenen zijn de dag en de nacht, de zon en de maan; derhalve werpt u niet neder voor de zon of de maan maar werpt u neder voor Allah Die hen schiep, indien gij Hem wilt aanbidden." (Zie de vertaling van de betekenissen van de Koran, soera Foessilat 41, vers 6 - 37)

De Profeet (saw) eindigde bij de prostratie en hij prostreerde, en zei: Je hebt gehoord wat je hebt gehoord, Aboe al Walid. De rest is bij jou. Toen ‘Oetba terugkeerde naar zijn metgezellen bemerkten ze dat zijn uitdrukking volkomen veranderd was, en ze vroegen hem naar wat gebeurd was. Hij zei dat hij worden had gehoord zoals hij nog nooit eerder woorden had gehoord. Het was noch poëzie, noch een toverspreuk, noch hekserij. "Neem mijn advies en doe zoals ik doe. Laat deze man met rust, want bij Allah! Deze woorden zullen tot in het buitenland vlammen. Als andere Arabieren hem doden zullen anderen jullie van hem verlost hebben. Als hij de bovenhand krijgt op de Arabieren dan zal zijn heerschappij jullie heerschappij worden, zijn macht jullie macht, en jullie zullen welvarend worden door hem." Ze zeiden: "Hij heeft je betoverd met zijn tong." Daarop antwoordde hij (‘Oetba): "Jullie hebben mijn mening gekregen, doe nu wat jullie goed achten." (Ibn Hisjam)

 

Redactie Expliciet Magazine: In oriëntalistische kringen wordt steevast beweerd dat de enigste drijfveer van de Boodschapper van Allah (saw) een verlangen naar macht was. Deze geschiedenis toont de onjuistheid aan van de oriëntalistische bewering. De Boodschapper van Allah (saw) kon koning worden van Mekka zo hij wilde, maar hij (saw) weigerde het aanbod vanwege de impliciet gestelde voorwaarde. Want de impliciet gestelde voorwaarde dat de Boodschapper van Allah (saw) niet langer zou spreken over Islam. Met andere woorden, enkel de Boodschap van Islam was de drijfveer van de Boodschapper van Allah (saw).

 

Door verschillende partijen en bewegingen van moslims wordt geprobeerd om middels deelname aan het seculiere democratisch systeem iets van de belangen van Islam en de moslims te realiseren. Men doet dan mee met secularisme om van binnenuit het systeem te hervormen, zegt men dan. En er is natuurlijk ook altijd de drogreden: "meedoen is de minst slechte optie van meedoen en niet meedoen, dus moeten we meedoen". Deze geschiedenis van de Boodschapper van Allah (saw) is een bepaalde opzichten vergelijkbaar. Ook de Boodschapper van Allah (saw) werd de mogelijkheid geboden om mee te doen met het (destijds) bestaande systeem waarin Allah (swt) genegeerd werd. Maar niet enkel werd hem (saw) hierin een kleine rol aangeboden, zoals de politieke partijen van de moslim altijd geboden wordt, maar hem (saw) werd de heerschappij in dit systeem aangeboden. Dus als iemand het systeem van binnenuit zou hebben kunnen hervormen door er aan mee te doen, dan was hij (saw) dit. En als iemand de belangen van de moslims zou kunnen hebben behartigen door mee te doen aan het bestaande systeem van koefr, dan was hij (saw) dit. Echter, ondanks als de voordelen die men zou kunnen bedenken van het wel accepteren van het aanbod, accepteerde de Boodschapper van Allah (saw) het aanbod toch niet. Het deelnemen aan het systeem van koefr behoorde dus niet tot zijn methode van verandering. En ook bij andere gelegenheden, hier niet weergegevn, waar hem (saw) hetzelfde voorstel met dezelfde voorwaarde gedaan werd accepteerde hij het aanbod niet. Dit is een onderdeel van de Soenna, derhalve, en zou als een voorbeeld voor de moslims van nu moeten dienen. Enkel middels Islam mogen en kunnen de moslims hun belangen behartigen. Deelname aan de seculiere democratie zal niets dan slechts doen resulteren.

 

< Vorige   Volgende >
 [ Arabisch ]
Ayah
" ...Oordeel dan tussen hen volgens wat Allah heeft neergezonden en volg hun neigingen niet in afwijking van wat van de waarheid tot jou gekomen is. Voor een iedere van jullie hebben Wij een norm en een weg bepaald..." (Zie vertaling v.d. betekennissen v.d. Koran soerat Al-Ma'ida: 48)
Hadith

Abu Hoeraira overleverde dat de boodschapper van Allah (saw) heeft gezegd: "De moslim is de broeder van de moslim; hij bedriegt hem niet, liegt tegen hem niet en laat hem niet in de steek. Het geheel van de moslims is heilig voor zijn mede moslims, zijn eer, zijn bezit en zijn bloed. Taqwa (vroomheid) zit hier. Het is voldoende slechtheid voor een men zijn broer te verachten." (Overgeleverd door at-tirmidhi)

over hadith..